Vanavond slapen we onze laatste nacht op Tournesol. Morgen dragen we haar over.
Tournesol, of Sollie, zoals wij je noemen. Wat een wilde rit hebben we samen gehad.
Ik zag je drie jaar geleden te koop staan op internet. Een boot boven onze stand, en eerlijk gezegd ook boven ons budget. Je was een droomschip. Alles wat we zochten in een boot, en dan lag je ook nog eens in Curaçao. Het was altijd onze wens geweest om een boot in de Carieb te kopen. Meteen beginnen in tropische omstandigheden. Witte stranden. Palmbomen. Snorkelen. De kinderen vanaf dag één besmetten met het cruisersleven. We wisten je te bemachtigen. Het begin van een epische reis.
Opstijgen van geluk
Die eerste tocht zal ik nooit vergeten. We verlieten het beschutte water en draaiden de Caribische Zee op. Vijf mijl tegen wind en golven in, op weg naar het Spaanse Water. Ik had dat moment al tientallen keren in mijn hoofd afgespeeld, omdat ik wist dat de Caribische zee ons meteen op de proef zou stellen. We kruisten op en wat lag je stabiel in het water. Ik nam het roer in handen en voelde me opstijgen van geluk. Ik zag nauwelijks iets voor me. Je bent zo groots en ruim dat ik op de bakskist moest staan om goed vooruit te kunnen kijken. Maar dat gevoel… die trage beweging op de deining, die veertien ton onder mijn voeten. Het was ongekend.

En het was dat gevoel dat ons het vertrouwen gaf om het ruime sop te kiezen. Want de Pacific invaren was helemaal niet ons plan. Hoe vaak hebben Leon en ik niet tegen elkaar gezegd: wie doe je daar eigenlijk een plezier mee? Veel te lange afstanden voor de kinderen.
Maar na die eerste tochten naar Aruba en Colombia begon het al te kriebelen. We wilden meer dan één of twee dagen doorvaren. We wilden nachten onder een fonkelende sterrenhemel. Het ritme van de golven voelen tot in ons binnenste. Dat bijzondere gevoel één te worden met de elementen. Zelfs acht jaar na onze laatste nachttocht wist ik nog precies hoe dat voelde. Ik verlangde er weer naar.
De kinderen werden niet zeeziek. Waarom zouden we het niet doen?
Familie en vrienden schrokken toen we vertelden dat we met de kinderen een oceaan gingen oversteken. “Ja hoor, dat kan prima. We hebben een fantastische boot. We hebben de Tournesol.”
Gebouwd in 1990, in een tijd waarin boten werden gebouwd om generaties mee te gaan. Zelfs als wij aan je twijfelden, als we midden op de oceaan dachten dat het roerlager misschien speling had, maakte je al snel duidelijk dat er geen enkele reden tot zorg was. Alles aan jou is oersterk.










Pacific-droom
Jij, Tournesol, maakte onze Pacific-droom waar.
Je droeg ons door het Panamakanaal en over de eerste mijlen van de Stille Oceaan. Je bracht ons naar de wonderlijke wereld van de Galápagos, waar vulkanen hoog boven de zee uitstijgen en dieren leven volgens hun eigen regels. Vanaf daar trotseerde je weer en wind richting Frans-Polynesië.
Jij hield ons veilig, en wij zorgden voor jou. Nooit gaf je ons problemen, je maakte je reputatie waar.
Samen lieten we het anker vallen in baaien die elk voorstellingsvermogen tarten. Groene kliffen torenden boven ons uit. De oceaan wiegde ons zachtjes in slaap. En steeds weer droeg je ons verder, naar de koraalatollen van de Tuamotus.
De kapitein en jij voeren vol zelfvertrouwen door staande golven, tegen vier knopen stroom in, door smalle doorgangen. Koersvast.
We vonden het beloofde land.
Dat land dat niet voor iedereen is weggelegd. Het vraagt om constante alertheid, moed en flexibiliteit. Maar samen deden we het. Die moed bereikte een hoogtepunt tijdens de stormen die we doorstonden, van de hoogspanning van een Colombiaans onweersfront tot een mesocyclone in Australië. Telkens kwamen we er ongeschonden uit.










Apetrots
We hebben altijd geweten dat je eigenlijk boven onze stand was. Dat we je niet voor altijd konden houden. Juist daarom hebben we geen dag met jou voor lief genomen.
Apetrots zijn we dat we een paar jaar zij aan zij met jou de wereld hebben mogen ontdekken.
Die ontdekkingsreis was, net als destijds met Puff, een grote leerschool. We waren niet alleen zeezeilers en ouders. We werden ook leraren en beschermers. We droegen de verantwoordelijkheid om onze kinderen veilig groot te brengen op zee.
Jij gaf ons het vertrouwen dat we dat konden.
Nooit waren de jongens bang. Onder de indruk van het natuurgeweld, dat wel. Maar nooit bang.

De wereld leren kennen
De Cook Islands, Tonga, Fiji, Vanuatu, Nieuw-Caledonië en Australië. Daar bracht onze gezamenlijke reis ons.
We leerden vertrouwen op elkaar. Overgave aan de natuur. Doorzetten wanneer het moeilijk werd. Angst overwinnen. Jezelf soms op de laatste plaats zetten. De kinderen altijd eerst.
De jongens zagen de Melkweg in haar volle glorie. Ze leerden meedeinen op het ritme van de oceaan. Ze doorkruisten berglanden achterop scooters, zwommen in watervallen, met manta’s en walvissen. Ze zaten wekenlang op een wiebelend schip, beklommen bergen totdat hun benen protesteerden, bouwden vlotten van gejutte materialen en maakten zandkastelen totdat ze geen zand meer konden zien.
Ze leerden de wereld kennen.
Van de indianengemeenschappen in Colombia en Panama tot de parelboeren van de Tuamotus. Ze zagen de armoede in Vanuatu, maar ook de enorme rijkdom die schuilt in een glimlach. Ze zwommen in de warme bronnen van Moeder Aarde en surften op de zilte golven van de oceaan.










Stoppen op het hoogtepunt
Maar dromen waarmaken betekent ook weten wanneer het tijd is om te stoppen.
Op het hoogtepunt.
Het gemis van familie en vriendjes werd steeds groter. En het leven op zee is geen gemakkelijk leven. De mentale last van het constant alert zijn werd zwaarder. Is het angst? Is het realiteitsbesef? Is het de verantwoordelijkheid voor onze kinderen? Het besef dat leven en dood op zee soms dicht bij elkaar liggen? Dat de zee nooit toegeeft en de elementen nooit onderhandelen? Uiteindelijk wint de natuur altijd.
Altijd alert zijn. Dag en nacht aan staan. Het vraagt veel. En na ruim twee jaar van aaneengeregen hoogtepunten, is het ook tijd om die belevingen te laten indalen. Om uit het avontuur te stappen en te beseffen wat we allemaal samen beleefd hebben.
Daarom stoppen we.
En stoppen betekent afscheid nemen van Tournesol.




Nog één oceaan
Maar boven alles overheerst de trots.
De trots dat wij dit machtige, prachtige schip 10.000 zeemijlen hebben mogen varen. Dat we een halve wereldomzeiling hebben afgelegd. Dat we in 2014-2016 met Puff de Atlantische Oceaan overstaken en van 2024-2026 de Stille Oceaan bevoeren.

Er rest ons nog één oceaan voordat de cirkel rond is.
En die zullen we ooit oversteken.
Maar eerst een pauze.
School voor de kinderen. Vriendjes. De scheepskas weer aanvullen. Het verlangen opnieuw laten groeien. Wachten tot de zee weer begint te trekken.
Ooit.
Maar voor nu:
Bedankt, Tournesol. Onze metgezel. Onze thuisbasis. Onze droom. Het ga je goed.
Tot besluit deze wijze woorden van Bruis: “Weet je waar ik blij om ben? Dat we nooit ons reddingsvest nodig hebben gehad.”
