Verder zuid tot waar de weg ophoudt

Posted by

·

Vanuit Wanaka zetten we verder koers naar het zuiden, door het indrukwekkende Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Richting het einde van de wereld, of in ieder geval tot waar de weg ophoudt. En ook de auto ermee stopt… Maar voordat we daar zijn, staat er nog iets op het programma dat hoog op ons lijstje staat: Milford Sound.

Sommigen zeggen dat de Milford Road een van de mooiste autoroutes ter wereld is. We moeten alleen even geduld hebben. De herfst laat zich gelden met regenachtige dagen en laaghangende wolken die het zicht op de bergketens ontnemen. Dus wachten we. Wanneer de zon doorbreekt, springen we de auto in voor een roadtrip die alles waarmaakt wat we ervan verwachtten… en meer. 

Na weken vol overweldigende natuur kunnen wij ons eerlijk gezegd niet voorstellen dat het nóg mooier kan worden. En op een bepaalde manier wordt het dat ook niet. Niet omdat het niet adembenemend is, maar omdat elke plek hier zijn eigen magie heeft. Dit is opnieuw anders. En niets minder dan spectaculair.

De rit naar Milford Sound is op zichzelf al een bestemming. De gouden herfsttinten van de Eglinton Valley strekken zich voor ons uit, omlijst door imposante bergketens. De weg slingert zich door fjorden en langs besneeuwde toppen, waarbij elke bocht een nieuw meesterwerk onthult. Water is overal: stromend, sijpelend, naar beneden stortend. Dunne zilveren lijnen langs de kliffen, krachtige watervallen die de vallei in donderen, en met mos bedekte rotswanden die zachtjes lijken te huilen van leven. Alles komt samen: kleuren, geuren, stilte en verwondering. En als een hoge granieten klif onze doortocht lijkt te blokkeren, verschijnt daar de ingang van een uitgehouwen 1,2 kilometer lange Homer tunnel dwars door het Darran-gebergte. Het is duidelijk dat dit het land van de Hobbits is. 

We overnachten op een natuurcamping zonder faciliteiten behalve de inmiddels bekende drop-down toilet (een gat in de grond). ’s Nachts daalt de temperatuur flink, maar onze daktent houdt ons warm en een kampvuurtje maakt het helemaal af. De volgende dag trekken we de wandelschoenen aan voor een deel van de Kepler Track, de hike naar Key Summit. Drieënhalf uur klimmen we door een alpien landschap dat met elke stap mooier wordt. Op de top staan we omringd door een 360-graden uitzicht van eindeloze pieken, valleien en bergmeren. Even voelt het als we op het dak van de wereld staan. 

Key Summit

Later die dag rijden we door naar de Deer Flat-camping, opnieuw midden in de natuur. Het kwik daalt die nacht naar 1 graden. We slapen met mutsen op, diep weggedoken in dubbele slaapzakken. Bent legt zelfs een kussen over zijn hoofd om zijn gezicht tegen de kou te beschermen. We worden wakker in wat lijkt op een schilderij: grillige bergtoppen, een kristalheldere blauwe rivier die door de vallei kronkelt, stromend over groen leisteen en stenen die fonkelen in alle denkbare tinten. Dik aangekleed wachten we tot de zon eindelijk over de bergen piept en ons weer een beetje opwarmt. 

Dit is het leven in de natuur, puur en ongefilterd. De jongens geven niets om de kou. Ze warmen zichzelf op door te spelen in het bos naast onze tent; ze gooien boomstammen in de rivier en laten hun ‘boten’ meedrijven met de stroming. Hun gelach galmt door het bos terwijl ze als wolven huilen, wild en vrij.

Alleen wij en de natuur. Een plek waar we ons volledig thuis voelen. Op zee, in de bergen; dit leven past ons. Temidden van dit alles, zeg ik tegen Leon: “Dit voelt als een droom. Het kan vanaf hier alleen maar minder worden, toch?”

Dan is het tijd om verder te trekken, richting Bluff, een van de zuidelijkste dorpen van Nieuw-Zeeland gelegen op 46.6 graden zuiderbreedte – diep in de roaring forties – en het eindpunt van State Highway 1. We rijden licht bergafwaarts naar Stirling Point waar de bekende paal staat met afstanden naar de rest van de wereld. Een foto, een moment van trots: we hebben het gehaald.

Stirling Point: we made it from north to south!

Maar dan, als we weer instappen en de auto starten, verschijnt er een foutmelding. De versnellingsbak. Foute boel. We kijken elkaar aan, het heeft ook wel iets ironisch. De auto brengt ons zesduizend kilometer van noord naar zuid en besluit precies hier te stoppen. Met een beetje geluk halen we nog nét de garage in Bluff enkele honderden meters verderop. Daar helpt een vriendelijke monteur ons direct. Het blijkt gelukkig slechts een elektronisch probleem. Maar terwijl de auto op de brug staat, ontdekt hij nog iets anders: onze voorband is tot op de draad versleten en had elk moment kunnen klappen. Zijn advies is duidelijk: meteen nieuwe banden regelen.

Dus in plaats van sightseeing, brengen we de dag door in en rond de garage. Voor de jongens een geweldig avontuur; ze mogen helpen sleutelen en banden wisselen, wat een feest! En voor ons vooral opluchting dat we veilig verder kunnen.

Met de herfst die steeds verder inzet, kiezen we vaker voor eenvoudige, betaalbare cabins: warm en droog, dat is nu de luxe. In Invercargill belanden we op een camping waar veel mensen permanent wonen. Het is een beetje ‘rough on the edges’, maar we hebben er een paar fijne dagen. En dan gebeurt er iets bijzonders: we verkopen onze auto – gewoon, met een handdruk – aan de eigenaar van de camping. We spreken af dat we hem twee weken later in Christchurch overdragen. Geen contracten, geen gedoe. Vertrouwen. En zo gebeurt het ook.

Maar voordat het zover is, reizen we noordwaarts langs de oostkust, waar we stuiten op overblijfselen uit het Jura-tijdperk, zo’n 180 miljoen jaar geleden. In Curio Bay bezoeken we het Petrified Forest, een fossiel oerwoud van miljoenen jaren oud. De versteende boomresten zijn stille getuigen van een ver verleden: ooit bedolven onder een dikke laag vulkanische as en daardoor wonderlijk goed bewaard gebleven.
Op het strand van Moeraki gaan we op paaseierenjacht, maar in plaats daarvan vinden we de mysterieuze Moeraki Boulders: perfect ronde keien die zo’n zestig miljoen jaar geleden diep op de zeebodem zijn gevormd. Het lijken wel dino-eieren. Dit jaar won de dino het van de paashaas 😆.

Iets verder noord gaan we op het kilometerslange strand van Surat Bay op zoek naar zeehonden. Tot onze verrassing staan we ineens oog in oog met een imposante mannetjeszeeleeuw. Never a dull day.

Dan is het tijd voor nog één laatste hoogtepunt. De kers op de taart van onze reis: Aoraki oftewel Mount Cook. Een plek die alles wat we tot nu toe hebben gezien nog één keer lijkt samen te vatten, maar dat is een verhaal op zich…


textbyfrieda Avatar

Over de auteur

Frieda Fennell is levensgenieter, zeiler en schrijver van het boek ‘Kapitein van mijn Geluk’. Ze koestert de droom om haar kinderen de vrijheid te laten ervaren in zijn meest pure vorm. Hun avonturen legt ze op schrift vast in dit blog. Met haar enthousiasme en passie hoopt ze anderen te inspireren om de wereld te verkennen en te genieten van elk moment.