We lopen over de kam van Mount Robert op meer dan 1400 meter hoogte. De wind raast tussen onze benen door.
,,Mama, mag ik je handje?”, vraagt Bruis. Tussen de wolkenflarden door zien we links Lake Rotoiti. Rechts van ons begint de Saint Arnaud Range, een uitloper van de Zuidelijke Alpen die als een ruggengraat door het hele Zuidereiland lopen.
De afgelopen twee uur klommen we 650 meter omhoog via een zigzagpad langs de bergwand. Met onze bepakking – slaapzakken, gasbrander en kookgerei, eten en water – was het een flinke beproeving. Elke stap van de vier kilometer ging omhoog. Doorzetten, veel pauzes, snoepjes en aanmoedigingen. Zo groeien we samen in het hiken en in deze reis.




We hadden de Mount Robert Circuit ook in één dag kunnen lopen, maar kiezen ervoor om te overnachten in de Bushline Hut, op 1270 meter hoogte. Een hut voor trampers die dagenlang door de bergen trekken. Voor ons maakt slapen op hoogte het avontuur compleet en de jongens zijn enthousiast.
Na een korte afdaling ligt daar in de bomenlijn onze slaapplaats voor vannacht. De middagzon straalt over de bergkammen en de wolken maken plaats voor uitzicht op de Saint Arnaud Range. We trekken onze schoenen uit en laten bezwete sokken en shirts drogen in de zon. De lekkernijen die we de berg op sleepten, stallen we uit op de picknicktafel. Het lauwe biertje smaakt verrassend goed. Dat extra gewicht was het meer dan waard.

In een schuurtje achter de hut ligt hout. De jongens hakken het in blokken om later op de avond de houtkachel aan te steken. Een Nederlands-Belgisch stel komt aangewandeld na een vijfdaagse tocht. Het klikt meteen. We eten samen en spelen een potje UNO. De hut is basic, met alleen regenwater, een aanrechtblad zonder kookplaat noch keukengerei, en matrassen. De bedden bestaan uit twee keer zeven matrassen, als een soort reusachtig stapelbed. De trampers slapen boven, wij beneden.
Om zes uur ’s ochtends spiek ik door mijn oogleden. De zon komt op en kleurt de bergen roze-oranje. Wat een ongelofelijk mooie plek om wakker te worden. Na het ontbijt lopen we in anderhalf uur weer naar beneden. Onze eerste overnight hike is een feit en we hebben er alle vier van genoten.




Verrassing
Nelson Lakes National Park had overigens nog een verrassing voor ons in petto. Gisterochtend, vóór de hike, gingen we nog even snel douchen bij de campsite aan het meer. Daar bleek een classic boat-event gaande. We namen een kijkje aan de waterkant, waar een stoomaangedreven boot te water werd gelaten. Onze ogen werden groot bij het zien van deze bijzondere machine. De enthousiaste eigenaren nodigden ons spontaan uit om een rondje mee te varen. Dat slaan we natuurlijk niet af.
Zo lopen de dagen vaak anders dan gepland. We hebben zelden een strak plan en ontdekken het leven onderweg. Dit keer brengen campingburen ons op het idee om naar Hanmer Springs te gaan. Thermale baden en een waterpretpark, een mooie beloning voor de jongens, en onze spieren kunnen ook wel een warm bad gebruiken.


In Hanmer Springs staan Richard en Marianne van Moana Nui ineens voor onze neus. We hadden ze pas volgende week verwacht, maar ze zijn er nu al. We zagen ze voor het laatste in Tonga en het is een gezellig weerzien, vol verhalen uit Nederland en over de afgelopen maanden waarin onze wegen gescheiden waren. De jongens kletsen Richard de oren van de kop en al snel besluiten we om de komende dagen samen verder te trekken.
Van oost naar west
Via Arthur’s Pass rijden we richting de westkust, een van de drie grote passen door de Alpen. Aan de horizon verschijnen de bergen die we langzaam naderen, alsof we een andere wereld binnen glijden. De weg slingert tussen ruige bergkammen en door uitgestrekte valleien. Achter elke bocht wacht een nieuw uitzicht, het een nog grootser en indrukwekkender dan het ander. Alsof de natuur hier net iets harder haar best heeft gedaan.

De eerste avond zetten we kamp op bij Lake Pearson. Dit diepblauwe meer ligt onaangetast in het dal met de bergen als stille wachters eromheen. De avond is koel en donker. Zodra de zon achter de bergtoppen verdwijnt, daalt de temperatuur snel. Het eenvoudige leven krijgt hier iets bijzonders: afwassen in het ijskoude meer, handen tintelend van het water, terwijl je uitkijkt over datzelfde landschap waar je net nog doorheen reed.
Als de jongens slapen, spelen we in de campervan bij Richard en Marianne een spelletje, lekker knus en warm. Als we teruglopen naar de tent, ontvouwt de hemel zich: eindeloos helder zo zonder luchtvervuiling. Even wanen we ons op zee.







Niet te bevatten
Via de kliffen van de westkust rijden we verder langs de Pancake Rocks en de Hokitika Gorge richting de Franz Josef Glacier. Het land is zó divers dat het bijna niet te bevatten is. Het is zonder twijfel het mooiste land (boven water) dat we ooit hebben bezocht, simpelweg omdat het alles heeft. Watervallen die kunnen tippen aan die van Frans-Polynesië. Alpenlandschappen die doen denken aan de Europese Alpen of de Pyreneeën. Vulkanen zo indrukwekkend als die van de Galápagos. Geisers en warmwaterbronnen zoals in Dominica. Surfstranden, weelderige regenwouden zoals we die in Colombia zagen, en fjorden die zo in Scandinavië thuishoren. En dan zijn we hier nog niet eens in de winter, wanneer het hele land verandert in één groot skigebied.








Skiën kunnen we nu nog niet, maar we willen de gletsjer wel van dichtbij bekijken, al blijkt ‘dichtbij’ relatief. We trekken onze wandelschoenen aan voor een tramping hike: een uitdagende hike van een uur of zes over rotsen, modder en wortels, met flinke hoogteverschillen. De Robert Point Track leidt naar een uitzichtpunt op de Franz Josef gletsjer. Maar wat deze tocht echt bijzonder maakt, zijn de hangbruggen: smalle, wiebelende overgangen hoog boven kolkende rivieren. En dan is er die ene brug van meer dan honderd jaar oud die tegen een steile rotswand is gebouwd, hij is er als het ware aangehangen. Je loopt langs de klif terwijl de afgrond naast je gaapt en het water ver onder je raast. Het voelt rauw en puur, alsof je even teruggaat naar de eerste avonturiers die hier hun weg vonden.






Het is geen simpele wandeling, maar juist dat maakt het zo indrukwekkend: elke stap brengt je dichter bij het uitzichtpunt, waar de gletsjer zich tussen de bergen laat zien als een traag bewegende rivier van ijs.
Eén dag eerder stonden we in het dal, op de plek waar de gletsjer 120 jaar geleden nog eindigde. De gletsjer daalt van duizenden meters hoogte af naar slechts 250 meter boven zeeniveau. Die lage ligging maakt hem extra gevoelig voor opwarming. Sinds 2008 heeft de destijds twaalf kilometer lange gletsjer zich dan ook al zo’n 1,5 kilometer teruggetrokken. Het is treurig om te zien hoe ver de gletsjer zich heeft teruggetrokken, en tegelijk bijzonder dat we dit nog samen met onze kinderen kunnen aanschouwen.
De tocht is zwaar en technisch, eigenlijk niet bedoeld voor jonge kinderen. Des te mooier zijn de verbaasde blikken en complimenten die de jongens onderweg krijgen. Dat geeft ze zichtbaar energie.
Eind van de zomer
De laatste dagen van de zomer brengen we door bij Lake Hāwea, een uitzicht recht uit een ansichtkaart. Leon en ik boeken een sessie bij de Secret Sauna en keren allebei even naar binnen. De warmte, de stilte, het uitzicht… alles vertraagt.



Even later staan we weer buiten, rozig en licht in ons hoofd van geluk, van liefde, van dankbaarheid. De kinderen zwemmen in het helderblauwe meer, terwijl wij met een biertje uitkijken over de bergen.
Zo’n moment waarop alles klopt. Waarop je je afvraagt: kan het leven eigenlijk nog mooier worden?
