Door het oog van de naald en een antwoord op de meest gestelde vraag

Posted by

·

We belanden voor het eerst in 20.000 zeemijlen in een storm. Niet één keer, maar tweemaal in twee dagen tijd. Ook vinden we een antwoord op de meest gestelde vraag.
Maar eerst nog even terug naar de dag van onze aankomst in Bundaberg.

De biosecurity officer keert onze boot twee uur lang binnenste buiten. Hij kruipt over de vloer, kijkt in de bilge en achter de lades van de keuken. Onder de bedden en in de bakskist. Op zoek naar sporen van exotische termieten uit andere Pacifische eilanden waarvoor ze in Australië als de dood zijn. Het onderzoek kost maarliefst 450 euro maar dan zijn we veilig verklaard om Australië te gaan ontdekken!

Op zoek naar kangaroes

Kangaroes spotten staat bovenaan de lijst. We klappen de stepjes uit en gaan op pad naar het dorp op zo’n twintig minuten wandelen. Met een beetje verbeelding is het alsof we langs de Nederlandse kust wandelen. Een mooi aangelegd geasfalteerd pad loopt kronkelend langs de waterkant door een nagenoeg vlak landschap. In het dorp vieren we onze aankomst met Fish & Chips, en het smaakt wonderwel naar Nederlandse kibbeling. De dorpen zijn hier weids opgezet, Australië heeft geen tekort aan grond. Lange rechte wegen doorkruisen de landerijen gesierd met gele borden die waarschuwen voor overstekende kangaroes.

Dat dit niet voor niets is, blijkt als we een week later op weg zijn naar Mon Repos Turtle Sanctuary voor een turtle encounter. We hebben voor de gelegenheid een autootje gehuurd en rijden einde middag richting het reservaat. Als we een bocht doorrijden, springt een enorme kangaroo de weg op. Op zijn uit de kluiten gewassen, gespierde achterpoten maakt hij grote schichtige sprongen om voor de auto de overkant te bereiken. Het hart klopt even in onze keel, maar de opwinding overheerst. Wauw, wat zijn ze groot! We hadden tijdens wandelingen afgelopen week al wel hier en daar een wallaby of kangaroe gezien, maar dat was op afstand. Loerend vanuit de bosjes als we over een duinpad wandelden. Of luierend in de schaduw van een grote boom op weg naar de supermarkt.

Mon Repos turtle encounter

Tijdens de turtle encounter hopen we te zien hoe een beschermde Loggerhead Turtle eieren komt leggen. Mon Repos is een van de belangrijkste broedstranden van deze bedreigde zeeschildpaddensoort in de Zuidelijke Grote Oceaan. Hier worden nesten gemonitord en jonge schildpadden naar zee begeleid in hun kwetsbare eerste momenten. Door gericht onderzoek, bescherming tegen verstoring en educatie van bezoekers helpt Mon Repos de populatie loggerheads stap voor stap herstellen. We wachten in het bezoekerscentrum tot we een oproep krijgen dat er een schildpad gesignaleerd is.

Als het zover is, stappen we de pikkedonkere nacht in, een ervaring tegemoet die een nieuw hoogtepunt zal worden in onze reis. In de stille duisternis, met alleen de oceaan die zacht achter haar fluistert, beweegt de schildpad met een eeuwenoude, bijna heilige gratie. Met haar achterpoten graaft ze een halve meter diep gat. Terwijl ze haar (132!!) eieren in het nest laat glijden, besef ik dat ik getuige bent van iets zeldzaams en kwetsbaars: het voortzetten van een soort die tegen de stroom in probeert te overleven.

De rangers verzamelen data over de schildpad voor onderzoek

Het nest ligt te dicht bij de vloedlijn waardoor het risico bestaat dat de eieren verdrinken als het vloed wordt, ze nemen namelijk zuurstof op door de schaal. De rangers verplaatsen het nest en wij helpen daarbij door de eieren in onze handen naar het nieuwe nest te brengen. Niet knijpen, niet struikelen in de duisternis. Stapje voor stapje dragen wij bij aan deze nieuwe generatie. Het is niet alleen prachtig. Het is ontroerend en onvergetelijk.

Naast het ontdekken van onze nieuwe omgeving, zetten we de eerste weken een tandje bij met school en slapen we veel. Ondanks middagdutjes, vallen mijn ogen ‘s avonds al om 20.30 uur dicht. De afgelopen maanden waren intensief met vele oversteken en een constante focus op het weer. Die intensiteit zakt langzaam uit ons systeem en we beginnen bij te komen. Het besef van wat we gedaan hebben, zakt ook steeds dieper in. We hebben altijd gezegd dat een oceaanoversteek geen vakantie is. Het is grenzen verleggen, jezelf ontdekken – weerspiegeld in de wereld om je heen, doorzetten, van hoogtepunt naar hoogtepunt leven met daartussenin uitdaging na uitdaging. Het is een EXPERIENCE met hoofdletters die ons en vooral de kinderen heeft gevormd op manieren waarvan we nog geen weet hebben en die nog lang zal resoneren in de keuzes die we maken.

Eindbestemming 2025

We zetten zeil naar Brisbane, onze eindbestemming van 2025 waar we voor de maand december middenin het centrum een marina geboekt hebben. De tocht loopt langs de kust en door een waddengebied tussen het vasteland en Fraser Island, genaamd de Sandy Straits. Twintig jaar geleden, als backpacker van nauwelijks twintig lentes jong, scheurde ik met een groep jongeren in een 4×4 over de zandduinen van Fraser. Dit keer bekijk ik het van de andere kant, vanaf het water. Maar niet voordat we de donkere lucht getrotseerd hebben die aan de horizon verschijnt.

Onze eerste kortstondige storm in 20.000 zeemijlen hangt aan de horizon

De lucht komt dichterbij en zwarte wolken vormen een barrière tussen Le Tournesol en de ingang naar de Sandy Straits. We rollen het voorzeil in, en als de lucht nog een grimmig tandje bijzet, rollen we ook het grootzeil weg. Terwijl Leon het zeil inrolt, gaat een knop om. Vanuit het niets vlaagt het met windkracht 7 door het want. Het grootzeil klappert hevig voordat het laatste stukje in de mast verdwijnt. Dan raast de wind met windkracht 9 om onze oren. In een rukwind klokken we vijftig knopen, windkracht 10 voor het eerst in ons leven. Op de motor slaan we ons door de plotselinge storm heen. Het was een rustige dag met weinig zeegang, maar nu bouwen de golven zich snel op. We vallen iets af en sturen de boeg schuin over de golven. Een onweer barst los en het water wordt uit de zee geblazen, zoals we dat kennen van verhalen van anderen en beelden op internet.

Na een uur breekt het wolkendek en zien we een eerste streep licht opdoemen. Voor we het weten motorzeilen we op een vlakke zee bij een stralende blauwe lucht door de Sandy Straits. We ankeren aan het einde van de dag tussen de zandbanken omringd door het kwetteren van wadvogels. De duisternis valt als een deken over ons en sterren stralen als verlichte kristallen aan de hemel. Onze beschermengelen kijken van tussen de sterren op ons neer. We zijn ze dankbaar voor een veilige aankomst.

Overvallen door een mesocyclone

De volgende ochtend varen we over het wantij waar we op het ondiepste punt nog geen halve meter water onder de kiel hebben. Daarna neemt de stroming ons mee richting zee, daar waar de Wide Bay bar ons scheidt van de zuidelijke oceaan. Die drempel zullen we morgen bedwingen. De wind trekt aan als we op zoek gaan naar een ankerplek, deze blijkt aan lager wal te liggen. Na de storm van gisteren voelt het wat unheimisch, er broeit iets in ons binnenste en we besluiten de relatieve beschutting op te zoeken van Tin Can Bay, een rivier enkele mijlen landinwaarts.

Het vinden van een ankerplek op een stromende rivier valt niet mee. Bij de eerste poging duwt de stroming ons over de ankerketting heen. Bij de tweede poging worden we vanuit de boten om ons heen gewaarschuwd dat er (wederom) een storm op komst is en we te dichtbij liggen. De lucht ten zuidoosten van ons bevestigt de naderende storm. Bij de derde poging liggen we op prima afstand van omringende boten, klaar voor wat komen gaat. Het is laagwater, waardoor er veel drooggevallen land om ons heen is. Dat zal later een geluk bij een ongeluk blijken, want het land om ons heen geeft veel beschutting tegen mogelijke golfopbouw. We pakken de weerradar erbij die real life bewolking en buien laat zien. De radar geeft aan dat een stormcel met de hoogste intensiteit ons op het nippertje zal missen. We bekijken het schilderij dat de lucht is. De ‘bui’ zien ontstaan is tegelijk indrukwekkend en angstaanjagend. Het systeem heeft een herkenbare draaiende structuur. “Dit lijkt precies op de cycloonbeelden die ik ken”, zegt Leon. We hadden tot op dat moment nog nooit van mesocyclones gehoord, maar we zullen er weldra kennis mee maken.

“Glad we missed that one, we went through the eye of the needle”, roept onze buurman opgelucht als de pikzwarte lucht lijkt langs te trekken. Maar dan maakt de cel een draaiende beweging en binnen enkele minuten zitten we in de tweede storm in twee dagen tijd. De eerste rukwinden zijn het hardst, vlagen van windkracht 10 zorgen ervoor dat drie onbemande boten om ons heen losslaan (de ankers gaan krabben). Terwijl Leon met de motor stand-by ons anker ondersteunt, zien we hoe aan bakboord en stuurboord boten voorbij krabben. Het gevaar is dat zo’n boot tegen je aan botst, of dat zijn slepende ankerketting in de jouwe haakt, dan word je meegetrokken. Gelukkig gebeurt dat niet. Eén op drift geraakte boot botste wel tegen onze buren, maar die weten hem gelukkig weg te duwen. Een half uur lang hebben we aanhoudend windkracht 9, daarna afnemend naar 8 en 7. Ons Rocna anker houdt als een huis. Het spannendste is niet weten hoe zwaar de windstoten worden en hoe lang het zal duren.

Terwijl Leon buiten de storm trotseert, kalmeer ik binnen de kinderen: “Papa en mama hebben alles onder controle.” Ik blijf het herhalen, meer tegen mezelf waarschijnlijk dan tegen de jongens die liggen te gamen. Harde klappen onweer, luide slagregen en loeiende wind: het lawaai van de storm jaagt Bent angst aan. De koptelefoon met noise canceling biedt gelukkig uitkomst. Na een uur keert de rust weer en likken we onze wonden. We hebben geen schade maar de angst zit er wel even in. Wat hebben we gemist?

Aan bakboord en stuurboord van ons gaan onbemande boten van hun anker

Code rood

Er is die middag een code rood afgegeven voor severe thunderstorms, maar die waarschuwing had ons niet bereikt omdat we niet geabonneerd waren op lokale weerkanalen. De geijkte weerprogramma’s voor zeilers als Windy en PredictWind met alle verschillende weermodellen die ze gebruiken, voorspellen zulke lokale stormcellen niet. Diezelfde avond nog lees ik alles wat ik kan vinden over het weer in dit gebied. Thunderstorms, zoals ze onweer in het Engels noemen, zijn veelvoorkomend in noordoost Australië in deze tijd van het jaar. De freak supercell van vandaag is voor dit deel van Australië echter ook uitzonderlijk. Een supercell is veel krachtiger dan een gewone onweersbui. Ze heeft een diepe, roterende stijgende luchtstroom waardoor ze uren kan blijven bestaan en honderden kilometers kan afleggen, in dit geval wel 1500 kilometer. Door de rotatie wordt het een mesocyclone genoemd. In sommige plaatsen werden windstoten tot 135 km/u gemeten, er vielen hagelstenen van 9–12 cm en zo’n 150.000 huizen kwamen zonder stroom te zitten door beschadigde (bovengrondse) elektriciteitskabels. We hebben veel geluk gehad dat slechts het randje van de storm over ons heen trok.

De volgende ochtend kunnen we een plekje in de kleine marina van het dorp bemachtigen. Daar schuilen we voor de onweersbuien die de rest van de week aanhouden alvorens we de laatste honderd mijl naar Brisbane afleggen. Even een pas op de plaats. Alle ervaringen van de afgelopen dagen proppen we in onze uitpuilende rugtas van anderhalf jaar de wereld ontdekken per zeilboot.

Olifant in de kajuit

De afgelopen weken werd de olifant in onze kajuit steeds groter. We konden hem niet langer negeren. Hoe zien we het vervolg van deze reis voor ons? Dé vraag waar ook familie en vrienden ons mee bestoken.

We hebben er de afgelopen tijd veel over gesproken en meerdere wegen onderzocht. We zouden Le Tournesol graag naar Europa halen, maar een tocht door het Suezkanaal zien we in verband met de geopolitieke situatie en de (on)veiligheid niet zitten. De route rondom Zuid-Afrika vinden we te ver en onaantrekkelijk, zeker met de jongens. Verschepen van Le Tournesol blijkt met offertes van rond de vijftigduizend(!!) dollar veel te duur. Hier nog een tijdje rondvaren dan? We bespreken het met de jongens. Bruis is heel duidelijk: ik mis mijn vriendjes. Bent staat open voor een nieuw avontuur, maar doet dat liever aan land. Zelf een boot bouwen, lijkt hem wel wat 😆. En zo ervaren we het zelf ook. Onze reislust en drang naar avontuur zijn nog niet gestild, maar we zijn wel toe aan afwisseling van het cruisersleven. Onze reis zal niet eindigen, maar we gaan wel afscheid nemen van Le Tournesol. Met weemoed zetten we haar in de verkoop, dit gave schip dat onze verwachtingen keer op keer overtrof. Dat ons gezin een veilig toekomen bood terwijl ze ons tienduizend mijlen meevoer over de oceaan voor dé reis van ons leven.

Linksonder Dockside Marina onder de Story Bridge in Brisbane

Maar voorlopig staan er nog hele mooie nieuwe avonturen op ons te wachten: eind januari vliegen we naar Nieuw-Zeeland. Daar gaan we ruim twee maanden roadtrippen om vervolgens terug te vliegen naar Australië voor wat we hopen een overdracht van Le Tournesol aan een nieuwe eigenaar. Daaromheen gaan we het prachtige Australië verder verkennen. Vanaf dan zoeken we het avontuur dichterbij huis op. Europa ligt aan onze horizon!

Ben je mogelijk geïnteresseerd in Le Tournesol, onze prachtige Jeanneau Voyage? Bekijk hier de verkoopadvertentie en neem contact met ons op!


textbyfrieda Avatar

Over de auteur

Frieda Fennell is levensgenieter, zeiler en schrijver van het boek ‘Kapitein van mijn Geluk’. Ze koestert de droom om haar kinderen de vrijheid te laten ervaren in zijn meest pure vorm. Hun avonturen legt ze op schrift vast in dit blog. Met haar enthousiasme en passie hoopt ze anderen te inspireren om de wereld te verkennen en te genieten van elk moment.