Een stroom aan gevoelens gaat door me heen. Onbeschrijfelijke trots, omdat we met zijn vieren de grens van tienduizend mijl aantikken. Angst, dat we misschien stranden in het zicht van de haven. En dan weer puur genieten, als ik – misschien wel voor het laatst – onder de sterrenhemel op het achterdek zit, in de koele wind voor een warme douche. Ik dank het universum voor de intieme momenten waarop ik me één voel met de energie van moeder natuur.
Ik lach in mezelf als ik Bent en Bruis met een onderbroek op hun hoofd door de boot zie klauteren, de onderbroekenrace. Maar er zijn ook getergde gevoelens, als Bent gefrustreerd vertelt dat hij zich vaak moet aanpassen aan zijn broertje. Voor hen is het soms echt ‘uitzitten’. En zo zwerven mijn gedachten alle kanten op.


Wat overheerst, is het gevoel van geborgenheid bij Leon. Hij is mijn solide rots, het baken dat ons over zee de weg wijst. Al weten we allebei dat we het samen doen, als team, en dat we samen alles aankunnen. Toch is hij voor mij de held. Ik kan altijd op hem rekenen. Hij kalmeert me, relativeert mijn angsten, laat me lachen en vindt me nog steeds sexy als ik in mijn sporthemdje en onderbroek, met wallen en haar onder mijn oksels, door de boot tijger. Hij vertrouwt me blindelings en stuurt me bij waar nodig. Dat besef groeit, naarmate het zeilen intenser en spannender wordt.
Want cadeau krijgen we deze oversteek niet. Al mogen we niet klagen: de voortgang zit er sinds twee etmalen goed in en we verwachten maandagmiddag bij daglicht aan te komen, als alles goed gaat. En daar gaan we uiteraard van uit. Toch trekt zondagnacht nog een koudefront over ons heen. Geen harde wind volgens de voorspellingen, wel stevige regen.
We zeilen nu hoog aan de wind over bakboord, wat betekent dat de wind schuin van voren komt en we op één oor liggen. De boot helt flink en maakt af en toe een klap op de golven, wanneer de boeg zich in het water boort. Maar alles is onder controle en dat hopen we zo te houden. Over een paar uur zal de wind wegvallen en zwellen de buien aan. Het plan is om motorzeilend hoogte te houden, zodat we de ondiepten ten noorden van Fraser Island vrij kunnen varen. Na het front zal de wind uit het zuiden komen en leggen we over stuurboord de laatste mijlen af.
Nog 140 mijl te gaan. Ongeveer een etmaal. Morgen meer, hopelijk met vaste grond onder de voeten.
Positie: 23.50.732 Z en 154.33.785 O
Afgelegd: 146 mijl
Totaal afgelegd: 655
Mijlen tot Bundaberg: 141
- ‘Brissie’, een miljoenenstad als achtertuin
- Door het oog van de naald en een antwoord op de meest gestelde vraag
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: over de finish
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 5
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 4
