Kusthoppen langs Fiji en flitsbezoek aan Mount Yasur in Vanuatu
Er zijn van die momenten tijdens het reizen waarop je niet meer weet waar de ene bestemming ophoudt en de volgende begint. Waar indrukken zich opstapelen, en de horizon steeds lokt, maar de vermoeidheid in je lijf kruipt. Zo voelt het nu, ergens tussen Fiji en Vanuatu. Tussen afscheid en aankomst. Tussen water en land.
Tonga, Fiji, Vanuatu, de eilandengroepen volgen elkaar sneller op dan mijn blogs kunnen bijhouden. Steeds weer draaien we de boeg naar de horizon en zeilen we de zon achterna. Mijl na mijl kruipen we verder westwaarts. De mijlen beginnen te tellen, de lootjes worden zwaarder.

We bevinden ons tussen twee werelden; wijdbeens sta ik ertussenin. Een soort vacuüm houdt me in zijn greep. Aan de ene kant doen we unieke eilanden aan, elk het ontdekken waard. Aan de andere kant voelt het steeds vaker als meer van hetzelfde. Soms kan ik het niet meer opbrengen om buiten mijn comfortzone te stappen. Want ook na bijna anderhalf jaar zeilen en ontdekken blijft het uitdagend: een pas doorkruisen, tussen riffen ankeren, omgaan met weer dat steeds minder stabiel wordt en ankerplaatsen die niet altijd de gewenste beschutting bieden. We zijn langzamerhand toe aan een zeilreisstop. Geen reisstop, want ik kijk enorm uit naar onze roadtrips door Australië en Nieuw-Zeeland, maar even geen waterwegen.
Ook de oversteken zelf gaan me niet in de koude kleren zitten. Ik dwing mezelf te genieten van de zee: de diepblauwe kleur die je nergens anders ter wereld ziet, de uitgestrektheid, het machtige gevoel als Le Tournesol de top van een golf bereikt en je uitkijkt over de ongetemde vlakte. Het ruisen van de surf.
Maar hoe vaak zulke momenten zich ook voordoen, het wordt moeilijker om er echt van te genieten. Daartegenover staan het misselijk wakker worden, telkens weer; het voortdurende geslinger dat het leven aan boord beperkt tot het strikt noodzakelijke. Koken en afwassen worden een kwelling waarvoor ik telkens moed moet verzamelen. Het gewekt worden uit een diepe slaap voor de nachtwacht. Het gevoel de jongens meer aandacht te willen geven, maar het simpelweg niet te kunnen opbrengen.




Was dat eerder niet zo? De eerste vierduizend zeemijlen deden we in twee lange etappes. Een oversteek wordt juist makkelijker naarmate hij langer duurt: je raakt ingeslingerd en lichaam en geest passen zich aan het leven op zee aan. De relatief korte oversteken van twee tot vier dagen, waarvan we er de laatste maanden zoveel aan elkaar rijgen, voelen daarentegen zwaarder.
De jongens klagen overigens niet, zij verdienen het grootste compliment. Ze trotseren alle mijlen zonder morren, vaak met een lach (en natuurlijk een flinke portie schermtijd).
Fiji
In Fiji trakteerden we onszelf op een luxe jachthaven: met zwembad, douches die niet zouden misstaan in een villa en zelfs een massagesalon. De jongens waren een week lang niet uit het zwembad te krijgen! In Savusavu ontmoetten we na jarenlang online contact Humberto van den Broek. Samen doorkruisen we het eiland op weg naar Labasa. Humberto is de soort avonturier waartegenover wij cruisers verbleken: 26 jaar onderweg, twee keer de wereld rond, destijds nog zonder moderne navigatiesystemen, zeilend met Michelinkaarten en een Bosatlas (wie kent hem nog 🤣?).
Twee orkanen doorstond hij op zee (en nog enkele meer achter het anker), een vluchtig huwelijk op Vanuatu, een leven in vrijheid. Toen zijn moeder Tilly, op dat moment al de 90 gepasseerd, vroeg om haar mee te nemen de Pacific in, ontstond een sprookje dat nog niet in de beste romans staat beschreven. Met een aangepaste boot zeilde Humberto meer dan tienduizend zeemijl met zijn moeder van Curaçao naar Fiji. ‘Mantelzorg de luxe’, zou Herman van Zandt het later noemen in het tv-programma NOS Uit het leven, bij beelden van Tilly die wandelend met lokale kinderen over een strand in Fiji liep. Het werd haar laatste rustplaats. En zijn permanente haven. Ontmoetingen als deze inspireren en houden je een spiegel voor over het leven en de keuzes die je maakt.

Het weer dwingt ons in haar keurslijf: we moeten verder. Daags voor ons vertrek ligt er ineens een voor ons onbekende Nederlandse boot in de haven: de Caroussel, met Damaris en Rudolf. Na jarenlang af en aan te hebben gereisd, is Fiji hun laatste stop. Komende maand gaat de Caroussel in de verkoop, maar niet voordat we een paar dagen samen richting het hoofdeiland varen. We hoppen langs de kust, borrelen bij zonsondergang en schuilen voor de wind in diepe baaien, omringd door bergen waarop boeren hun velden brandend voorbereiden. Fiji is gehuld in smog; het roet daalt neer op ons dek. Na enkele dagen meren we af in Denerau, waar we een reünie hebben met de Sea XII, die we voor het laatst zagen in Toau. Samen maken we het waterpretpark onveilig voordat we losgooien voor de oversteek naar Vanuatu.






Gift van Neptunus
Een primeur: voor het eerst gaan we zeilend door een pas, een brede weliswaar, dus echt spannend is het niet. Vanuatu ligt 470 mijl verderop. Heeft Neptunus mijn gebeden verhoord? Of geeft het universum me een oppepper cadeau? De zeilomstandigheden zijn als een droom. Helderblauwe luchten gaan over in pikzwarte nachten met kraaloogjes van sterren die op ons neerkijken. De zee is vriendelijk en duwt ons met elke golf een stukje verder in de goede richting. Le Tournesol klokt topsnelheden en na drie dagen lonkt Mount Yasur aan de horizon. De zon zakt achter de vulkaan en verlicht de rook die uit haar binnenste opstijgt. Op het voordek vergapen we ons aan het schouwspel in zachte tinten geel en roze.


We halen het net niet bij daglicht en maken ons klaar voor onze eerste nachtaanloop van deze reis. Er is geen maanlicht, dus we moeten volledig op de kaarten vertrouwen. Normaal gesproken navigeren we met twee systemen naast elkaar: OpenCPN op de boordcomputer en Navionics op de iPad. Helaas heeft de boordcomputer het onderweg begeven en moeten we volledig vertrouwen op Navionics. Om toch een tweede paar ogen te hebben, open ik Google Maps en bekijk ik onze positie op de satellietkaart. Zo varen we keurig in het midden de baai binnen. Met de schijnwerper in de aanslag sta ik op het voordek. De straal valt een meter of twintig voor me op een onverlichte boot, midden in de aanloop van de baai.
‘Idioten!’, roep ik ontsteld uit. We wijken uit en varen eromheen. Bent schijnt me bij terwijl ik niet veel later het anker laat zakken.
Ontdekkingsmodus aan
De dagen die volgen hink ik op mijn linkerbeen. Ik sta weer in ‘ontdekkingsmodus’, Australië lijkt ineens verder weg dan ooit. In het dorp lijkt de tijd stil te staan. Kinderen rennen blootsvoets over zandpaden op weg naar school, of spelen in het zwarte zoetwatermeer, gekleurd door de vulkanische bodem, terwijl de zee even verderop zachtjes ruist. Mannen werken in hun tuinen tussen yam, taro en kava. Een groepje vrouwen zit bij een klein vuurtje, lachend en pratend terwijl ze zich warmhouden in de koelte van een middagse bui. De huizen, gebouwd van bamboe en palmbladeren, liggen verspreid tussen de kokosbomen. Yasur waakt in de verte; een heilige plek en symbool van de levendige verbinding tussen de mensen, hun land en hun voorouders. Het leven is eenvoudig, maar rijk aan traditie en verbondenheid.





Aan deze kant van het eiland is geen pinautomaat. Local Jack heeft een pick-up en biedt aan ons naar ‘de stad’, Lenakel, te rijden. Het wordt de meest epische rit naar een pinautomaat die we ooit zullen meemaken. Met een wagen volgeladen racen we over de asvlakten van vulkaan Yasur. We rijden door haar stromende water, tussen wanden van uitgesleten klei en gesteente. We rennen over haar flanken, voelen hoe haar as onze voetzolen kietelt en de rook onze adem beneemt. We kijken hoe ze boven ons uittorent en ons grommend verwelkomt.
Eenmaal in Lenakel pinnen we de lokale valuta – de vatu – en bezoeken we de markt. Bosjes wortelen en tomaten liggen op stapeltjes op de grond, naast vers geoogste pinda’s, bekende en onbekende knollen, stammen kookbananen. Kroppen sla zijn met draad aan elkaar geregen, per vijf stuks. Geweven matten en tasjes maken het kleurrijke geheel compleet, net als de klederdracht van de marktvrouwen: allemaal in groen gekleed, de kleur voor vrijdag. Op maandagen dragen ze geel.
‘Zo weet je wie je moet aanspreken als je iets wilt kopen,’ vertelt een van de marktvrouwen me als ik haar complimenteer met haar mooie jurk.








Maar het instabiele weer blijft ons achtervolgen nu het cycloonseizoen nadert. Officieel start het op 1 november. Vanavond gaan we nog de vulkaan op om een glimp op te vangen van de lava, voordat we morgen alweer losgooien naar de beschutting van Port Vila, de hoofdstad van Vanuatu, ruim een etmaal varen verder naar het noorden. Port Resolution hier op Tanna biedt geen bescherming tegen de voorspelde noordelijke wind.
Jack zet ons af bij het hart van Mount Yasur. We klimmen omhoog, stap voor stap, tot aan de rand van haar kamer; daar waar de lava schuilt en de roffels echoën. Stoom en as ontnemen ons helaas het zicht, maar we horen de explosies en voelen de kracht van de natuur, haar ziel tot in ons binnenste. Ons flitsbezoek aan Tanna is werkelijk episch, voor altijd op ons netvlies gegrift.

Alle zeilen bij
Het anker komt los uit de klei. Morgen trekt er een onweersfront over Vanuatu. Ik land weer met beide voeten op de grond, mijn benen als een brug over de kloof tussen twee werelden.
‘Australië… waren we er maar al,’ denk ik. We zetten alle zeilen bij en liggen 28 uur later aan een mooring bij Yacht World Marina in Port Vila, nét op tijd voordat het onweer losbarst. We spelen spelletjes en drinken warme chocolademelk. De komende week treffen we de laatste voorbereidingen voor de oversteek van 1000 mijl, zo’n acht dagen varen, naar Bundaberg.
Soms voelt reizen als steeds weer vertrekken, steeds weer opnieuw beginnen. Maar terwijl ik terugdenk aan de vrouwen bij het vuurtje, de kinderen in het meer en de grom van Yasur in de verte, weet ik weer waarom we dit doen. Niet om van plek naar plek te gaan, maar om de wereld en onszelf telkens opnieuw te ontmoeten.

- ‘Brissie’, een miljoenenstad als achtertuin
- Door het oog van de naald en een antwoord op de meest gestelde vraag
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: over de finish
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 5
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 4
