Living our best lives at Palmerston 

Posted by

·

Sommige plekken op aarde hebben een bijna mythische aantrekkingskracht. Zoals de Eiffeltoren hét symbool is van Parijs en de Mount Everest de ultieme droom is voor bergbeklimmers, zo is Palmerston een heilige graal voor wereldzeilers.

Een atol midden in de Stille Oceaan, dagen varen van het dichtstbijzijnde land. Op een smalle strook land leeft een gemeenschap van zo’n dertig mensen. Zelfredzaam, afgesneden van de wereld, afhankelijk van een bevoorradingsschip dat slechts vier keer per jaar langskomt. Alleen dat idee al prikkelt de verbeelding. En dan is er ook nog de geschiedenis, een van het iconische soort: in 1863 vestigde de Engelse avonturier William Marsters zich hier met twee Polynesische vrouwen. Al snel kwam er een derde vrouw bij en zo ontstonden drie families, elk met hun eigen stukje land binnen het atol. William stelde de wetten op, en tot op de dag van vandaag zijn het zijn nazaten die het eiland bewonen,  “the Home Land”, zoals zij het noemen.

De meeste Marsters wonen tegenwoordig op andere Cook Islands of in Nieuw-Zeeland, maar een kleine groep houdt hier nog altijd stand, midden in de oceaan, levend naar oude gewoonten.

De droom en de werkelijkheid

Al sinds ik zeilreisboeken lees – inmiddels tientallen – kom ik Palmerston tegen. Het afgelegen karakter, de geschiedenis, het ankeren buitengaats, overgeleverd aan de elementen: alles eraan roept dat ultieme Pacific-gevoel van “het einde van de wereld” op. Zelfs Floortje Dessing maakte er een aflevering over.

Maar Palmerston bereik je niet zomaar, ook al ligt het op de route van oost naar west. Slechts een handvol zeiljachten waagt zich er jaarlijks aan, dit jaar zijn het er twintig. Het atol heeft geen doorgang voor schepen. Ankeren doe je aan de buitenkant van het rif, in de open oceaan. Je ligt er onbeschut, afhankelijk van een langere periode met mild weer. Want de volgende stop ligt 3 tot 5 dagen varen verder westwaarts en ook die oversteek wil je onder goede omstandigheden afleggen. Het is plannen, hopen, timen.

Nooit had ik gedacht dat ik er zelf zou komen. Tot vorige week, toen we het anker lieten vallen…

Eerste ontmoeting

“Alpha Echo, Alpha Echo, Alpha Echo, this is sailing vessel Le Tournesol. We are approaching Palmerston. Over.”

De stem van Edward Marsters klinkt door de marifoon: “Welcome to Palmerston, you may approach. I will come out to help you anchor.”

Niet veel later zien we hem verschijnen in een open bootje, dansend door de branding. Hij gebaart ons dichterbij. De zee beukt op het rif, roffelt als een diepe trom. Dan volgt een ondiepe koraalbank, acht tot tien meter diep, en daarna de afgrond: het atol dat kilometers de diepte in stort. Op zijn aanwijzing laten we het anker in het koraal zakken. De ketting schraapt over het rif, een geluid dat door merg en been gaat. Le Tournesol hangt boven de afgrond.

“Welcome, I will be your host,” roept Edward.

Op Palmerston word je niet zomaar een bezoeker, maar onderdeel van een familie. Elk jacht wordt toegewezen aan een host-gezin die je ophalen en je meenemen in hun dagelijks leven. Je eet met hen, hoort hun verhalen en krijgt een uniek inkijkje in hun kleine gemeenschap. In ruil voor hun gastvrijheid geef je praktische giften. Voor vertrek uit Aitutaki hadden we mailcontact met de ‘administrator’ op Palmerston en vroegen we wat we konden meebrengen. We kregen een boodschappenlijstje: gloeilampen, vliegenbestrijding, elektrolyten, benzine, groenten en fruit.

Leven op het eiland

Omdat er een zeldzaam weervenster was, lagen er meerdere boten, waaronder Leia en Moana Nui. Samen voeren we met Edward door de branding naar het eiland. Julianna, een jonge Marsters-vrouw van 25 die het eiland trouw is gebleven, verzorgt een rondleiding. Ze noemt zichzelf een ‘old sister’ omdat ze nog geen partner heeft gevonden: “I’m looking for the complete package.” Dat kan weleens lang duren, denk ik, de enige bezoekers hier zijn immers zeilers.

Tijdens de rondleiding leren we meer over de familiegeschiedenis. Palmerston’s vlag heeft vijf sterren, legt Julianna uit, omdat William Marsters niet drie maar vijf families stichtte, twee ook in Tahiti. We bezoeken het originele huis van William Marsters en zijn graf.

Julianna is verantwoordelijk voor het monitoren van de elektriciteitsvoorziening op het eiland. Die bestaat uit een zonnepark, heel veel accu’s en een generator. Het eiland moet volledig zelfvoorzienend zijn. Zo staan over het eiland verspreid watertanks waarin tienduizenden liters regenwater wordt opgevangen. Er is tevens een noodgebouw waar men kan schuilen als er een orkaan over het eiland trekt. Ook heeft de community een school met een tiental leerlingen in de leeftijd 5 tot 17. Één juf verzorgt het onderwijs voor al deze kinderen. 

Op vrijdagmiddag wordt er gevoetbald bij de school. Wij mogen meedoen! Geen scorebord, geen scheids, alleen plezier. 

Dan mogen we aanschuiven bij Edward. Samen met zijn broer heeft hij voor ons een lunch met papegaaivis en rijst voorbereid. Alhoewel wij de felgekleurde vissen in de tinten groen, blauw en paars liever onder water bekijken, begrijpen we dat papegaaivisfilet dé inkomstenbron is het van eiland. Filets worden ingevroren en eens per kwartaal door het bevoorradingsschip afgeleverd in Rarotonga.

Na een dag vol indrukken brengt Edward ons terug naar Le Tournesol die tot onze opluchting nog steeds ligt waar we haar achterlieten. We vallen die avond als een blok in slaap en missen de walvissen die, zo horen we de volgende dag, de boten die avond een bezoek brachten. 

Tweede dag, laatste dag

De volgende ochtend weten we dat ons bezoek kort zal blijven. De verwachte weersomslag over enkele dagen zet door. We zullen vanavond nog ankerop moeten voor de overtocht naar Tonga. Maar eerst haalt Edward ons op voor nog een prachtige dag op het eiland.

Bent struint met de jongens van de Leia over het eiland op zoek naar takken en palmbladeren om een hut te bouwen. Bruis speelt op het strand restaurantje met zusje Liv. Terwijl een ongeëvenaard kleurenpalet zich rondom me ontvouwt, wandel ik langs de waterkant. De rust is overweldigend. Hoe kunnen mensen hier, zo ver van alles, tóch een samenleving bouwen? Het is bijna niet te bevatten. 

De eerste vissers komen terug met de vangst van de dag. We worden uitgenodigd mee te kijken hoe de vis wordt schoongemaakt. Ondanks de vrij primitieve manier van leven, is er een goed systeem en apparatuur om de vis te bewerken en in te vriezen. De karkassen van de papegaaivissen worden gevoerd aan de haaien in de lagune. Binnen seconden ontstaat een kolkende massa: vinnen flitsen door het water, golven spatten uiteen. Een angstaanjagend, adembenemend schouwspel. Zwemmen is hier uitgesloten,  terwijl het koraal tot aan de horizon schittert.

Edward heeft vandaag kip voor ons bereid. Dit keer schuift hij bij ons aan tafel aan en vertelt wat meer vrijuit over het leven hier. We begrijpen dat, zoals overal waar mensen samenleven, ook in de kleine gemeenschap hier strubbelingen voorkomen. Het eiland is verdeeld over de drie ‘bloedlijnen’ maar ruzie om land is niet ongewoon. Edward, die tevens de functie van politie op het eiland vervult, geeft aan dat het meestal zonder zijn tussenkomst wordt opgelost. Zo was er in het verleden, toen er nog meerboeien lagen, ook strijd om het hosten van zeilers. De hostfamilie mocht immers mooring fees innen, een leuk extra centje. Nu is het met name Edward die de zeilers host. Over het voortbestaan van de beschaving op Palmerston maakt hij zich geen zorgen. Er zullen altijd Marsters zijn die de eilanden blijven bewonen, zo geeft hij aan, ookal woonden er op het hoogtepunt in de vorige eeuw zo’n tweehonderd mensen en nu dus nog maar een fractie ervan. 

Als de zon begint te zakken, is het tijd om te gaan. Edward brengt ons terug naar Le Tournesol. Ik maak een dankgebaar; woorden schieten tekort. Hij zwaait, draait zijn boot en vaart terug naar zijn eiland – zijn paradijs in het midden van de Stille Oceaan.

Nog geen twee uur later halen we het anker op en draaien we de boeg naar het westen. Op weg naar Tonga. Naar een volgend avontuur. Maar Palmerston… dat zal nog lang in mij blijven resoneren.

Een ongeëvenaard kleurenpalet in de lagune

textbyfrieda Avatar

Over de auteur

Frieda Fennell is levensgenieter, zeiler en schrijver van het boek ‘Kapitein van mijn Geluk’. Ze koestert de droom om haar kinderen de vrijheid te laten ervaren in zijn meest pure vorm. Hun avonturen legt ze op schrift vast in dit blog. Met haar enthousiasme en passie hoopt ze anderen te inspireren om de wereld te verkennen en te genieten van elk moment.