Off the grid in de Tuamotus archipel, Frans-Polynesië
“Links Leon”, roep ik vanachter de kaartentafel. Op het scherm voor me zie ik onze positie langzaam verschuiven. De boeg van de boot draait iets door. We worden heen en weer geduwd. “Niet te veel naar links, rechts nu!”
Door het raampje naast de kaartentafel zie ik een witte schuimende massa door brekende golven. We zitten middenin de pas van het atol Tahanea, een smal kanaal het atol in. Een atol is in feite een gezonken vulkaan waarvan de krater gevuld is met zeewater. Er is één in- en uitgang waar bij opkomend en afgaand tij het water doorheen stroomt. De kunst is om op het moment dat het tij keert en er dus minimale stroming is binnen te varen, maar dat is vandaag niet gelukt. “Je gaat goed”, roep ik weer naar buiten. Leons stalen gezicht tekent zijn concentratie. Hij geeft nog een dot gas en de motor begint te brullen. Mijn hart klopt in de keel en het zweet breekt me uit. Dit is een van de spannendste dingen die we ooit gedaan hebben. De golven die ontstaan door een combinatie van sterke stroming en wind kunnen ons doen kapseizen als we dwars komen te liggen.
We hadden verwacht met kerend tij aan te komen na een rustige nacht zeilen vanaf het atol Raroia waar we enkele dagen hebben doorgebracht. Maar het tij is hier zeer moeilijk te voorspellen, mede omdat er nauwelijks metingen plaatsvinden. Want ja, dat loont zich niet voor die paar zeilers die hier komen. De verschillende getijdecalculators gaven rond 12 uur doodtij. En dat is het nu.
Passage Tahanea atol
Maar het is alles behalve doodtij, gaat het door mijn hoofd als ik voel dat de boot op een zij gedrukt wordt. Leon stuurt tegen waardoor de boot weer op koers komt. De snelheid over de grond neemt weer iets toe; we zijn door het smalste stukje met de sterkste stroming heen. Hierna zal het water om ons heen langzaam kalmeren. We hadden vanochtend al twee keer eerder geprobeerd binnen te varen, maar zagen geen vrije doorgang tussen de ‘standing waves’ en ‘rip currents’ zoals deze condities in zeilerstermen heten. Een andere zeilboot nam vervolgens het voortouw waarachter wij inhaakten. Ik stuur Leon over hun track op onze plotter. Het was nú binnenvaren of onze kans was definitief verkeken. Het volgende doodtij zou in het donker zijn, wat betekent dat we een nacht hadden moeten doorvaren. Een nacht waarin flinke buien en wind voorspeld was. Het was kiezen uit twee kwaden.

De adrenaline zakt langzaam; we zijn door de pas en draaien linksaf. We moeten nog 7 mijl dwars door het ‘binnenmeer’ varen naar de oost anchorage waar we beschut liggen achter de motu’s, de kleine eilandjes die samen met het rif de ring van het atol vormen. We varen op satellietkaarten waarop de zogenaamde ‘bommies’ – pilaren van koraal die van tientallen meters diepte naar de oppervlakte komen – duidelijk zichtbaar zijn. Eenvoudig varen we ertussendoor en ik maak lunch voor de jongens.
Tahanea maakt de reputatie van de Tuamotus waar. Het is een lang gekoesterde droom om de afgelegen Tuamotu-archipel per zeilboot te verkennen. De koraalatollen met hun smaragdgroene lagunes, parelwitte stranden en glashelder water zijn als een tropisch paradijs, ver weg van de bewoonde wereld. Maar daar staat wat tegenover zoals we vandaag merken. De nauwe passen, sterke stromingen en vele ondiepe bommies vragen om nauwkeurige navigatie en timing. ‘Living the dream’ voelt op het moment even meer als een uitputtingsslag.



Raroia atol
Die droom voelden we afgelopen dagen des te meer. Raroia was het eerste atol dat we bezochten. Het was een oversteek van drie dagen vanaf Nuku Hiva in de Markiezen. Het is bijzonder te merken hoe een oversteek van drie dagen langzaam normaal wordt. De boot klaarmaken is inmiddels routine, evenals inkopen van verswaren voor een periode van een maand. Zodra we de oceaan op varen, kantelt de wereld en glijden onze zintuigen stilletjes de diepte in, waar alleen de oversteek nog bestaat. Het was geen comfortabele overtocht met het eerste etmaal veel wind, buien en rommelige golven, maar ook dat ondergaan we inmiddels als routiniers. Het tweede en derde etmaal was daarentegen heerlijk zeilen, al moet je hier altijd bedacht zijn op een squall – een kleine stormwolk of flinke bui die je meestal van ver kunt zien aankomen als een donkere luchtmassa en waarin de wind plotseling sterk toeneemt als hij over je heen trekt.
We arriveerden in de ochtend voor de pas van Raroia en wachtten buitengaats tot de condities kalm waren en voeren – met flinke tegenstroom weliswaar – over een vlakke doorgang naar binnen. Onze eerste atolpassage was een feit! Weer een stapje gezet buiten de comfortzone, weer een moment van het leven léven. Het contrast met de Markiezen met veel troebel water en onrustige ankerbaaien tegen een decor van hoge kliffen kon niet groter zijn. We ankerden achter een witte streep zand met palmbomen erop, op vlak water in een diepe blauwtint waarin we de schittering tot op de vijftien meter diepe bodem konden ontwaren.








Het eerste wat we deden was het onderwaterleven ontdekken. Het duurde even voordat we alle vier onze wetsuits – het water is hier middenin de oceaan is een stuk kouder dan in de Carieb – en snorkelgear aan hadden, maar toen… alsof we een levend schilderij in dreven. Gezonde koraalpartijen in velerlei kleuren lagen verspreid in een glooiend bed wit zand. Het water was zo helder dat het voelde alsof we in een eindeloos zwembad zwommen, we konden tientallen meters ver kijken. Vissen hadden alle kleuren van de regenboog en we zagen soorten die we nog nooit eerder hadden ontmoet. Toen er plots een paar rifhaaien rustig onder ons voorbijgleden, hielden we uit verwondering even onze adem in.
De dag erna organiseerden we een potluck op het strand met andere cruisers in de baai. Kids van de verschillende familieboten verzamelden zich rondom het kampvuur om marshmallows te roosteren terwijl de ‘ouwe lui’ proostten op deze zeilersmijlpaal. Het bereiken van dit unieke, ongerepte gebied met ongekende schoonheid is een ultieme droom in veel zeilharten.

De kaarten lieten een aankomende weersomslag zien. We zouden óf nog een periode in Raroia ‘mogen’ liggen of we zouden al na enkele dagen verder moeten. We kozen voor het laatste. Op de laatste dag in Raroia bezochten we het dorp samen met Richard en Marianne. Eenvoudige huisjes met golfplaten daken stonden verspreid langs de enige weg vol schaduwrijke palmbomen. Het tempo lag laag, de mensen groetten vriendelijk, en de kleurrijke bloemen en turquoise lagune vormden een schilderachtig decor. We lunchten tonijn op drie verschillende wijzen bereid bij local Kali. Zittend aan een lange tafel in zijn achtertuin, uitkijkend over de blauwtinten van de lagune overviel me een gelukzalig gevoel: living the dream!








Ankeren tussen bommies
“Frieda, kom je meekijken?”, roept Leon. We naderen de ankerplaats aan de oostzijde van Tahanea. De waterdiepte loopt terug tot een meter of 8 en op de bodem liggen verspreid koraalpartijen. Ik ga op de punt staan en loods Leon met handgebaren rond deze bommies. De waterdiepte loopt terug naar zo’n vier meter en ik zoek naarstig naar een plek vrij van bommies om ons anker te laten zakken. “Hier is het te krap Leon! Dan kunnen we niet rond het anker ‘swingen’.” Een boot achter een anker heeft een bepaalde vrije radius rond het anker nodig om te draaien als de wind draait. We slalommen verder tussen de bommies, het voelt alsof we een fuik invaren. “We moeten terug Leon!” Dan realiseer ik me dat ik de bommies niet zie als we omkeren. Het is al laat in de middag en de zon staat laag en voor me. Ik zie ze pas als ze vlak voor ons liggen. “Nu hard naar links Leon!” En even later: “Nu naar rechts!” Met mijn hart in mijn keel glijden we langs de bommies. We varen heel langzaam terug naar de eerste plek die we zagen, dan maar geen volledige swingroom. Er is een harde zuidoosten wind voorspeld en met die wind is de plek prima. We laten het anker zakken en zetten 35 meter ketting op vier meter waterdiepte en trekken het anker de grond in.
Drie uur later vlaagt het met 32 knopen (windkracht 7) door het want. Het anker houdt, we liggen goed. Wát een stressvolle dag. Uitgeput gaan we om acht uur ons bed in. Ik val in een diepe slaap en zal die nacht niet wakker worden van de squalls en windvlagen.
Twee dagen later. Tahanea brengt ons vooralsnog vooral grijze luchten en regen. Waren we in Raroia gebleven, dan was dat niet anders geweest. Het kan niet altijd feest zijn… Die avond lees ik een berichtje van de Pinnacle: of alles goed met ons is? Ik open de whatsapp-groep voor cruisers in Frans-Polynesië en lees over een storm cell die die middag over enkele atollen getrokken is. Meerdere boten zijn van het anker gegaan met schade tot gevolg. Wij hebben er in Tahanea niets van gemerkt. Tip is om vooral de satellietbeelden in de gaten te houden want deze lokale stormcellen worden niet voorspeld. Voor het naar bed gaan checken we satellietkaarten en zien hoe een tweede grotere cell vanuit Tahiti richting de Tuamotus trekt. De cell intensiveert nog steeds. We zetten de wekker om middernacht om dan nogmaals te checken.

Storm cell in aantocht
Foute boel. De storm beslaat een gebied van zo’n tweehonderd kilometer en staat op het punt over Tahanea te trekken. We gaan in hoogste paraatheid: kleden ons aan, zwemvesten aan, hoofdlampjes op het hoofd, navigatie-instrumenten aan, alles gereed om ankerop te gaan. Of om met de motor stand-by het anker te helpen. Het nare van zo’n cell is de onvoorspelbaarheid. Er kan windkracht 5 of windkracht 10 in zitten of alles ertussenin. De hemel wordt verlicht door felle bliksem om de toch al zenuwslopende situatie nog onheilspellender te maken. We wachten af. De wind trekt aan en het loeit door het want. Windkracht 5, windkracht 6, dan windkracht 7. Bij 35 knopen blijft de meter staan. Windkracht 8. Leon zit in de cockpit, kijkt met een half oog naar de dieptemeter en de windmeter. We zijn met de kont naar de kant gedraaid en liggen nu nog oké met 1 meter water onder de kiel. Maar als we verder draaien komen we bij die ondiepe bommies… Ik lig binnen op de bank met full gear en dut wat. De wind zakt weer in en zo wordt het uiteindelijk half zes en zien we de zon opkomen. We kunnen bijna weer gewoon ademhalen.

Maar eerst ankerop. De wind zou vandaag ongunstig draaien dus we wilden sowieso naar de andere kant van het atol verhuizen. Daar zullen we voor de eerste keer ankeren met floats aan onze ketting. Wordt vervolgd…
- ‘Brissie’, een miljoenenstad als achtertuin
- Door het oog van de naald en een antwoord op de meest gestelde vraag
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: over de finish
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 5
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 4
