Een oranjegele maan komt op achter mysterieus ogende wolken en geeft de hemel een spookachtig karakter. Boven me fonkelen de sterren die weldra minder zichtbaar zullen zijn als de maan haar klim voorbij de wolken voltooid heeft. Geen nacht is hetzelfde en toch hebben ze allemaal één ding gemeen: ik kan er geen genoeg van krijgen. Wakker zijn als de rest van de wereld slaapt. Alleen met je gedachten. Één met het schip. Een harmonieuze dans met de zee. En tegelijkertijd is er die focus op iedere verandering van de elementen, klaar om de zeilen aan te passen.
Ik neem dit gevoel nog eenmaal goed in me op. Het is wellicht de laatste nachtwacht van deze oversteek. Dat weten we nog steeds niet zeker. Ironisch genoeg zal het na drie weken op deze eindeloze oceaan aankomen op een half uur. Komen we nog nét bij daglicht aan, dan zakt morgen het anker in de grond. Redden we dat niet, dan plakken we er nog een nacht aan vast. Er zijn op Fatu Hiva geen ankerplaatsen om in het donker veilig aan te varen. Of we het redden weten we morgen pas zeker. Maar onze snelheid terwijl ik dit schrijf lijkt net te laag.
Het universum was ons vandaag gunstig gezind. Bij het bekijken van de nieuwste weersvoorspelling vanochtend bleek dat de buienlijn noordelijker zou trekken dan eerder voorspeld. Het grijze wolkendek schoof gedurende de ochtend steeds verder op, als het openen van de de coulissen van het theater. Daarachter verschenen blauwe luchten met uiterst aangename zeilcondities. We ruimden de generator, jerrycans en losse spullen – die sinds een week als een obstacle run verspreid door de boot staan – terug in de bakskist nu we ervan overtuigd zijn dat het roer het prima houdt tot aan bestemming (en beyond). De boot was instant beter leefbaar. Ik onderdrukte de neiging de boot aan een grondige poetsbeurt te onderwerpen, zoals een voorjaarsschoonmaak na een donkere winter. Dat komt wel als we voor anker liggen. Dan zal ook duidelijk zijn wat de staat van ons onderwaterschip is. Boten die eerder aankwamen op de Markiezen melden aangroei equivalent aan een klein drijvend rif. Aan de snelheid merken we in ieder geval nog niet dat er een ecosysteem onder de boot groeit. Het zwemplatform aan de achterkant van de boot is daarentegen wel groen van de aangroei. En dat zit normaal gezien toch echt boven water 🤔.

Drie weken op zee. Wat een oneindigheid kan zijn, lijkt achteraf helemaal zo lang niet. Dat komt omdat het voelt als één activiteit. Er is alleen het nu, en het volgende nu. Dagen tellen niet. Tijd vervormt tot niets meer dan de aaneenschakeling van momenten die samen een eeuwigheid lijken en tegelijk in een oogwenk voorbijgaan. De wind die aantrekt. De geur van vers brood uit de oven. De kleur van de lucht bij zonsopkomst. Het geluid van de romp die door het water suist. Het geklapper van de zeilen. De lach van de kinderen. Het gevoel van vermoeidheid.
Ik vraag me af of ik genoeg genoten heb. Ik heb bewuste momenten gepakt, uitkijkend over het glooiende blauwe laken, de unieke diepblauwe kleur en oneindigheid van de diepzee in me opnemend. Maar waren dat er genoeg? Interessant hoe moeilijk het is om een ervaring gewoon een ervaring te laten zijn. Dat je de neiging hebt die ervaring te onderwerpen aan verwachtingen. Zo ook met de kids. Had ik er meer uit moeten halen voor hen? Meer activiteiten met ze moeten ondernemen? Leon is daar heel duidelijk over: ik heb het maximale gedaan wat ik kon. De vermoeidheid was zeker de eerste week heel groot. Niet alleen ‘s nachts maar ook overdag wisselden Leon en ik elkaar af met slaapjes. Met taken als bootchecks, navigeren, driemaals daags eten verzorgen, afwassen en de kinderen verzorgen, was de dag snel gevuld en de energie op. Halverwege de oversteek beleefden we die uiterst stressvolle dag toen we ontdekten dat het roer speling had. Daar moesten we een dag van bijkomen. De laatste week belandden we pas echt in de flow. Datzelfde gold ook voor de kinderen die de laatste week volledig opgingen in hun Lego-bubble. Wat dat betreft hebben de jongens zich prima vermaakt. Het zit ik mijn aard te twijfelen of we dingen anders of beter hadden kunnen doen. Dat moet ik loslaten. Het is wat het was. Niets meer en niets minder. Het was topsport, afzien, doorzetten, soms frustrerend en beangstigend. Maar het was ook machtig prachtig, terug naar je oer, de grootsheid van het universum ervaren, het beste in jezelf en elkaar zien, groeien als team. Het was goed. Nee beter, het was perfect. En nu is het bijna voorbij.
Bijna, want we hebben nog 107 mijl te gaan. Ik kijk enorm uit naar de aankomst. Vandaag was ik erg moe. Als het einde nabij is, gaat het brein over in een andere modus. Dan gaat de overlevingsstand – die alle aardse gevoelens overstemd – langzaam uit. Dan komt de vermoeidheid boven drijven. Het gevoel van ‘er klaar mee zijn’ steekt de kop op. En dat mag ook. Want morgenochtend zien wij land. Daarna mag de euforie doorbreken. Ik kijk nu al uit naar dat grootste alomvattende verslavende gevoel van overwinning. De champagne staat koud. Maar eerst nog die 107 mijl…
Positie: 10.40.411Z en 136.54.784W
Dagafstand: 149 mijl
Totaal afgelegde afstand: 3000 mijl
Mijlen tot bestemming: 107
- ‘Brissie’, een miljoenenstad als achtertuin
- Door het oog van de naald en een antwoord op de meest gestelde vraag
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: over de finish
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 5
- Memoires of a Pacific Ocean Crossing: op weg naar de finish – dag 4
