Surfen met zeeleeuwen

Posted by

·

Over het ontdekken van de wildlife in Galapagos en hiken langs kraters

“Wat een mooie zee!!”, roept Bruis als we vanaf de kraterrand van El Junco uitkijken op de oceaan. De kratermond heeft zich met water opgevuld tot een kratermeer. En terwijl we over de rand rond het meer lopen, hebben we bijna een 360 graden view op zee. De beste combinatie ter wereld als je het mij vraagt: hiken in het groen met uitzicht op het eindeloze blauw.

Boven ons vliegen de fregatvogels in rondjes; het is paartijd. Mannetjes blazen hun borstzak op om indruk te maken op de dames. Hoe beter de conditie van het mannetje, hoe roder de zak. Rood is ook in de natuur de kleur van de liefde. “Waarom hebben we de verrekijker niet meegenomen”, vervolgt Bruis beteuterd. “Daar heeft mama even niet aan gedacht”. Met ieder hun eigen camera in de aanslag vloggen de jongens zich een weg langs de indrukwekkende krater. Bent neuriet al sinds we het wandelpad opdraaiden vanaf de parkeerplaats waar onze taxichauffeur van vandaag op onze terugkeer wacht. Zodra we de natuur instappen is Bent in zijn hum. 

We zijn nu een ruime week op Galapagos en beginnen steeds meer in de ban te komen van de natuurpracht van de eilanden. Heel anders dan we tot nu toe gezien hebben. Verplicht liepen we de eilandengroep aan in Puerto Ayora in Santa Cruz. Tijdens het eerste ritje met de watertaxi naar de pier werden we al getrakteerd op pelikanen, haaien en luierende zeeleeuwen. Die laatste liggen overal: in bushokjes, op terrassen, bankjes en pleinen. De toon was gezet! 

De keerzijde van het natuurschoon en behoud van de unieke flora en fauna van Galapagos is echter dat alles er gereguleerd is. We mogen vier eilanden bezoeken maar mogen bij ieder eiland slechts op één plek ankeren, bij het dorp. Ankeren bij witte zandstranden met zwarte kliffen of bij indrukwekkende rotsformaties die vanuit zee de lucht in rijzen is een no-go. Tenzij we een speciale permit aanvragen zoals de toeristenboten doen. Maar dat is onbetaalbaar. Bovendien betalen we al zo’n drieduizend euro om überhaupt in Galapagos te mogen stoppen op onze weg over de oceaan, de reden dat veel boten de eilanden voorbij varen. 

Eenmaal hier mag je niet met de dinghy naar de wal, noch op eigen houtje ergens bij wat rotsjes gaan snorkelen. We maken gebruik van watertaxi’s. Ook op land worden we geacht ons aan te sluiten bij de drommen toeristen op peperdure dagtrips. Gratis activiteiten zijn er nagenoeg niet want bijna alles is gelabeld als National Park en bezoeken mag alleen met een gids. De eerste dagen voelden we ons hierdoor, naast de alle opwinding, ook beperkt. We moesten sowieso even bijkomen van de oversteek met gebroken nachten en school weer opstarten. 

Na een dag of twee gingen we op verkenning! Op een uurtje wandelen van de ankerbaai ligt Tortuga Bay beach, een van de weinige gratis trekpleisters van het eiland. In de zengende hitte met de zon pal boven ons – want nabij evenaar – wandelden we door een buitenaards en ruig landschap. Grote velden van zwart lavarots strekten zich uit, met scherpe randen en kronkelende patronen. In het dorre en ogenschijnlijk onherbergzame terrein rezen enorme cactussen op. Cactussen op dikke, hoge stammen. Ze vormden een fel contrast met het donkere gesteente. Hier en daar wist schaarse vegetatie zich een weg naar boven te banen tussen de rotsen. Na een hete wandeling waarbij het soms voelde alsof we door een oven liepen, hoorden we het ruisen van de zee. Een verblindend en uitgestrekt wit zandstrand ontvouwde zich langzaam voor ons. Een zoute bries bracht verkoeling. De overgang was abrupt en bijna onwerkelijk.

Het strand lag bezaaid met pikzwarte zeeleguanen, uniek hier op Galapagos. Deze landdieren hebben zich zodanig aangepast aan het onherbergzame landschap dat ze kunnen zwemmen om zeegras en algen te eten. “Stop Leon”, riep ik toen zijn voet bovenop een iguana dreigde neer te komen. Hij trok zijn voet pijlsnel terug. “Oef…ik dacht dat het een rost was.” Ondanks de zwart-witte tegenstelling gaan de iguana’s volledig op in de omgeving. We spendeerden de ochtend surfend op bodyboards in het bijna doorzichtige water met een zachte turquoise gloed.

Daags erna bezochten we met een taxi enkele trekpleisters van het eiland waaronder tortuga’s in de highlands en de lavatunnels. Schilden van ruim een meter doorsnee sierden de hooggelegen graslanden als enorme keien langs een kabbelende beek. De maat van de schilden geeft een idee van de leeftijd van deze landschildpadden welke meer dan honderdvijftig jaar oud kunnen worden. Een schildpad met schild van een meter of meer doorsnee is zo’n honderd jaar. Bij het zien van het eerste exemplaar stuiterden we zowat van de achterbank af van opwinding. Het idee dat we naar een eeuw oud dier keken was overweldigend. Ze doen prehistorisch aan door hun pantserachtige uiterlijk en trage bewegingen die doen denken aan oeroude reptielen. De dikke, geschubde poten lijken op die van dino’s en de diep geplooide huid suggereert een ouderdom die ver voorbij een mensenleven reikt. We bevonden ons duidelijk in hun territorium; op de veelal onverharde wegen verplaatsten de landschildpadden zich als ware zij de hoofdweggebruiker en wij de toevallige passant. “Verkeerspolitie”, grapte onze chauffeur.

Inmiddels liggen we op het tweede eiland van ons rondje, San Cristóbal. We hebben de omwenteling van de krater voltooid en beginnen de afdaling richting taxi. Vandaag staat nog een bezoek aan Puerto Chino op de agenda, een van de mooiste stranden van het eiland als we de reisgidsen moeten geloven. We worden niet teleurgesteld. ‘Dit is een droom’, zegt Bruis als we het poederwitte strand bezaaid met zwarte brokken lava oplopen. Het is zó mooi om te zien hoeveel waardering onze jongens hebben voor de natuur. Met zijn camera in de aanslag baant Bent zich de afgelopen week een weg door Galapagos. Vol overgave voorziet hij zijn eigen beeldmateriaal van commentaar: ‘Dit is dus een Galapagos landschildpad. Hij is wel 100 jaar oud’. ‘Dit zijn lavatunnels. Ze zijn helemaal gemaakt door lava’, vervolgt hij zijn vlog als we door de vochtige tunnels onder de grond wandelen met hun onregelmatige door gestolde lava gevormde wanden in de kleuren zwart tot roodbruin en grijs. ‘Deze roggen zijn geel. Geen idee waarom ze geel zijn, maar ze zijn geel’, licht hij toe als we een groepje roggen in formatie langs zien zwemmen. Hij zuigt alle informatie die we vertellen over het ontstaan van de eilanden en de flora en fauna in zich op. Daar kan geen school tegenop. Dat we onze jongens op deze manier de wereld kunnen laten ontdekken, is wat mij als ouder de meeste voldoening geeft.

Hier in San Cristobal voelen we ons weer meer cruisers dan toeristen. Vanaf de ankerplaats zijn er meerdere stranden op loopafstand te vinden. Na school pakken we de bodyboards en gaan op pad om ‘golven te pakken’. We zijn niet de enigen die graag spelen in de branding; de zeeleeuwen doen enthousiast met ons mee. Ze laten zich door de golven meevoeren, duiken er soepel onderdoor en schieten met verrassende snelheid weer omhoog. De jongens springen met een gilletje opzij als een zeeleeuw ineens vlakbij opduikt. Andere exemplaren liggen languit in het zachte zand, half in het water, tot een golf hen optilt en ze zich opnieuw in het spel van de oceaan storten. Bent en Bruis houden dit spel ook uren vol. Van ‘zeespektakel’ als ze zich laten meevoeren door een hoge golf tot ‘shield wall’ als ze met het bodyboard de golf proberen te blokkeren. Hun lach mengt zich met het ruisen van de golven. Dit is precies zoals het moet zijn. Ik krijg een gevoel van trots dat we hen deze vrijheid, deze herinneringen en dit onbezorgde geluk kunnen geven. Dat is waarvoor we het uiteindelijk allemaal doen. 


textbyfrieda Avatar

Over de auteur

Frieda Fennell is levensgenieter, zeiler en schrijver van het boek ‘Kapitein van mijn Geluk’. Ze koestert de droom om haar kinderen de vrijheid te laten ervaren in zijn meest pure vorm. Hun avonturen legt ze op schrift vast in dit blog. Met haar enthousiasme en passie hoopt ze anderen te inspireren om de wereld te verkennen en te genieten van elk moment.