Naar de maan en terug – hiken door de krater van een supervulkaan op Isla Isabel

Posted by

·

Stap voor stap daalt Bruis voor me af. Tussen de varens zie ik zijn gele petje langzaam naar beneden slingeren. We zakken af in de krater van de Siërra Negra vulkaan, een supervulkaan op Isla Isabel. Ondanks dat de vulkaan enkele duizenden jaren geleden voor het laatst uitbarstte, is hij nog steeds actief. 

De vegetatie verandert van varens naar een enkele cactus die in het onherbergzame landschap kan overleven. Naarmate we dieper afdalen, torenen de wanden van de krater hoog boven ons uit, ruw en onregelmatig, met lagen zwart, rood en witgrijs gesteente, de littekens van oude uitbarstingen. 

Op de bodem van de krater is een versteende zwarte lava-rivier zichtbaar, alsof de aarde in een ogenblik is stilgezet. De lavagolven hebben zich opgestapeld in kronkelende patronen, soms glad, soms ruw en gebarsten als uitgedroogde modder.

We lopen verder door de krater naar de zogenaamde zwavelmijnen waar de zwavel vanuit de magmakamers diep in de aarde naar buiten stoomt. De bodem kleurt zandkleurig en de weerkaatsing van de zon is verblindend fel. Hier en daar kringelen rookpluimpjes uit scheuren in de grond omhoog, dansend op de thermiek. De geur van zwavel hangt zwaar in de lucht en de geur van rotte eieren prikkelt in onze neus. Naarmate we dichterbij de zwaveldampen komen, slaat de lucht op onze keel. De bodem ligt bezaaid met zwavelkristallen in verschillende tinten geel. Ze ontstaan door de vulkanische gassen die hier uit de aarde ontsnappen en in contact komen met de buitenlucht. Door chemische reacties zetten deze gassen zich af als zwavelkristallen die zich ophopen rond de opening in de krater.

Bent stapt voort, in zijn eigen wereld verzonken temidden van het natuurgeweld. Als de gids een grote rots op de bodem laat vallen, voelen we de grond golven onder onze voeten. Bents ogen worden groot van opwinding maar hij vindt het ook wel erg spannend. Het idee dat we over een terrein met giftig zwavel lopen, maakt hem zenuwachtig. Een kwartiertje rondlopen is veilig, zo benadrukt de gids. Bruis houdt zijn hand boven een kleine kier in de aarde waar rook uit kringelt. ‘Keiwarm!’, roept hij uit. Hij probeer Bent gerust te stellen dat het écht geen kwaad kan.

We keren om en lopen dezelfde route terug. Bruis zoekt de routepaaltjes en de jongens zetten de pas erin. Ik kijk om me heen, naar het bijna buitenaardse landschap en besef me dat dit het dichtstbij een maanlandschap moet komen. De krater heeft een doorsnee van elf kilometer, even breed als de diepste trog in de oceaan. Hier werd de wereld ooit geschapen door een kracht die alles overstijgt wat je je als mens kunt voorstellen. Het doet me beseffen hoe klein en vergankelijk we werkelijk zijn.

Tijdens de klim omhoog halen de jongens mede-wandelaars in die een pauze nemen. Ze trekken hun wenkbrauwen op van verbazing als ze die twee zien langskomen. De jongens worden langzamerhand ervaren hikers. En belangrijker, ze genieten ervan en hebben de ochtend van hun leven. “Er zijn in Nederland geen kinderen hè mama die op de bodem van een krater gelopen hebben”, zegt Bruis trots. Dat zullen er inderdaad niet veel zijn. 

Op de terugweg naar de boot varen we met de dinghy nog even langs de rots met Galapagospinguïns. Deze kleine pinguïnsoort is uniek voor Galapagos en heeft zich aan het tropische klimaat aangepast. De populatie bestaat nog maar uit zo’n tweeduizend exemplaren. Reden dat er strenge beschermingsmaatregelen zijn. Hoe bijzonder is het dat wij deze dieren van dichtbij kunnen aanschouwen. Een rots verder zitten de eveneens voor deze eilanden unieke blue-footed boobies op een rij, alsof ze voor ons poseren met hun kleine priemende ogen en felblauwe zwemvliezen. 

Met de tour naar de Siërra Negra, onze eerste en laatste duurbetaalde tour in Galapagos (zeer zeker het geld waard!), komt er langzaam een eind aan ons vakantieleven. Want zo voelde de afgelopen drie weken, weken waarin we bijna dagelijks op pad gingen om de unieke eilanden te ontdekken. En óf dat gelukt is 🙌. We zijn totaal overdonderd door de wereld die Galapagos heet. Met zijn uitbundige wildlife, vulkanen, witte surfstranden, laidback dorpjes met backpackers-vibe en onverharde wegen, outdoor activiteiten als mountainbiken, hiken en surfen en tenslotte de eenvoudige manier van leven. Het vergde ook veel flexibiliteit van de kinderen omdat we vaak in de ochtend op pad gingen. ‘s Middags als er buien over de ankerbaai trokken, deden we school. 

Vanaf vandaag gaan we toewerken naar de oversteek van drie weken naar Frans Polynesië waaraan we eind volgende week hopen te beginnen. Morgen varen we naar Santa Cruz, waar we kunnen provianderen en de laatste kleine klussen kunnen voltooien. Ik ga zoveel mogelijk eenpansgerechten koken die ik invries of in vacuüm verpak zodat ik tijdens de oversteek niet iedere dag hoef te koken. We zijn heel benieuwd hoe het de jongens zal vergaan. Drie weken op een rollend schip is iets waar je je eigenlijk onmogelijk op kunt voorbereiden. Maar zoals een mede-cruiser me deze week schreef: “The feeling when you arrive at French Polynesia with your family will be hard to beat and so worth it…the smell of the Marquesas 🙌🥳.”

Unbeatable experiences, daar gaan we voor!

textbyfrieda Avatar

Over de auteur

Frieda Fennell is levensgenieter, zeiler en schrijver van het boek ‘Kapitein van mijn Geluk’. Ze koestert de droom om haar kinderen de vrijheid te laten ervaren in zijn meest pure vorm. Hun avonturen legt ze op schrift vast in dit blog. Met haar enthousiasme en passie hoopt ze anderen te inspireren om de wereld te verkennen en te genieten van elk moment.