STROBOSCOOP OP ZEE

Posted by

·

De donkere wolken pakken samen boven de pieken van de Sierra Nevada de Santa Marta. Als een kudde wollige schapen drijven ze de zee op. Aan de horizon voor me trekt een fikse onweersbui voorbij. Ik verleg koers om de bui te omzeilen en laat een achteropkomend vrachtschip voorlangs gaan. Ik voel een zuchtje wind en zie een rimpeling op het water. Komt daar eindelijk wat wind?

Gisteren vertrokken we uit Aruba voor de twee etmalen durende oversteek naar Santa Marta in het noorden van Colombia. De zee was spiegelglad, geen zuchtje wind. Dat is zowel een zegen als een vloek. Geen wind betekent geen golven en dat is prettig voor de kinderen, zeker omdat dit hun eerste nachtelijke ervaring op zee zal zijn. Maar natuurlijk zeilen we liever. 

We gooiden de vislijn uit om niet veel later een kleine tonijn binnen te halen. Een scheut alcohol in de kieuwen en het dier lag levenloos in de kuip. Het fileren was een schouwspel voor de jongens waarna wij ons de sashimi rijkelijk lieten smaken. 

Sereen is de beste omschrijving van de dag die langzaam aan ons voorbij trok. De kids keken wat film en speelden aan dek terwijl wij genoten van het 360 graden uitzicht op de zee. Bij het vallen van de nacht en het ingaan van de eerste nachtwacht liet de wind het nog steeds afweten. We aten ons avondmaal aan de tafel in de kuip zonder dat er borden heen en weer vlogen. De jongens zouden de nacht doorslapen alsof ze niet in een boot midden op zee zaten. 

Middagedutje op een spiegelgladde zee.

Mijn eerste nachtwacht in negen jaar tijd was er een met een heldere sterrenhemel. Met muziek in de oren zocht ik naar sterrenbeelden tegen een donkere hemel die in de verte af en toe oplichtte door bliksem. Wacht houden in de nacht heeft iets magisch. Alléén met de elementen voelde ik me groots en nietig tegelijk; een ongeëvenaard geluksgevoel maakte zich van me meester. Dat werd even later ruw verstoord door een indringer aan boord. Eerst kon ik het geluid niet thuisbrengen maar al gauw zag ik dat er een zeearend achter in de kuip was geland. Het dier zou 12 uur met ons meereizen en het hele achterdek onder schijten totdat Leon hem in de ochtend vriendelijk zou verzoeken weer verder te reizen.

Er komt inderdaad wind. Terwijl Leon voor lunchtijd zijn laatste uurtje slaap pakt, zet ik zeil. Le Tournesol strekt haar benen. Aan bakboord beginnen de schapen steeds meer op een op hol geslagen kudde te lijken. Aan stuurboord zijn de luchten daarentegen helder blauw. Het is regenseizoen in dit deel van de Carieb en we kunnen niets meer dan afwachten wat er over ons heen gaat komen. Het zwakke windje duwt ons mijl voor mijl richting bestemming. We zijn positief verrast door de zeileigenachappen van onze Jeanneau Voyage. Bij zo’n 8 knopen halve wind (windkracht 2) maken we een snelheid van ruim 4 knopen door het water. Trekt de wind aan naar 9 tot 10 knopen (windkracht 3) dan gaan we al gauw over de 5 knopen snelheid. Wanneer de zon achter de horizon zakt, spelen de kinderen op het voordek. Wat een genot om te zien hoe zij in het moment leven. Ze lijken zich instant thuis te voelen op zee; vragen niet wanneer we er zijn of hoe lang het nog duurt. Voor nu is dit hun wereld en dat vinden ze prima. 

“Frieda!!” Ik hoor de verstomde roep van Leon vanuit de kuip. Het is zijn eerste wacht en ik lig in bed. Door mijn oordoppen heen hoor ik dat het menens is. Een paar minuten eerder was ik al wakker geworden van de bewegingen van het schip; onbewust voelde ik in mijn slaap dat de boot anders op de golven lag. Ik spring uit bed en sta binnen een paar seconden in de kajuitingang. Ik zie Leon buiten achter het roer in de striemende regen. De lucht licht fel op. 

“Zet de kaartplotter aan op het schakelpaneel!”, schreeuwt Leon me toe. Het duurt even om me te oriënteren op het paneel met zo’n 40 knoppen, maar dan vind ik de schakelaar en zet de kaartplotter aan. Een harde klap dreunt door tot in al mijn vezels. “Ik praat je zo bij”, roept hij terwijl wederom een felle flits de hemel verlicht. Er volgt nog een flits en nog een en nog een. De natuurlijke equivalent van een stroboscooplamp. 

Het front met onweer trekt recht over ons heen. Leon had het zien aankomen en had in een poging onze instrumenten te beschermen tegen regen en de elektrische lading in de lucht de kaartplotter uitgezet. Niet wetende dat hij daarmee ook de autopilot uitzette. Het gevolg van zeilen op een voor ons nieuwe boot. 

De bliksemschichten om ons heen zijn indrukkend.

Nu Le Tournesol weer op koers ligt, doen we de luiken dicht en wachten binnen af. Leon had de zeilen tijdig weggerold dus we hoeven ons niet druk te maken om rukwinden of winddraaiingen. In de verte zien we bliksem in het water slaan. Er is niets wat ik kan doen, behalve me overgeven aan de situatie. De kinderen slapen gelukkig door het natuurgeweld heen. Mijn wacht begint over twee uurtjes, dus ik kruip nog maar weer het bed in om nog wat slaap te vatten. 

Als Leon me om middernacht wekt, is de rust teruggekeerd. Het flitst nog overal om ons heen, maar het front trekt van ons weg. Het is het ergste onweer dat we ooit hebben meegemaakt op zee. En het is alsof het me in één klap (leuke woordspeling) over mijn angst voor onweer heeft geholpen. Natuurlijk hebben we het geluk gehad dat we geen inslag hebben gehad; dat is het worst case scenario. Ik zie voor het eerst de pracht van het onweer om ons heen. Ik zit mijn wacht rustig uit tot de kinderen wakker worden. Samen bekijken we bij het ochtendgloren hoe de bergketen van Santa Marta steeds dichterbij komt. 

Bent helpt de stootwillen ophangen voor de aanloop naar de haven.

Door de regen van afgelopen nacht drijft er veel afval rond dat via de rivieren in het gebergte een weg naar zee heeft gevonden. Naast het afval zien we ook meerdere boomstammen drijven. Ik vraag de kids op het voordek op de uitkijk te gaan staan en me te waarschuwen als ze een boomstam zien. In een onbewaakt moment zien we toch een boomstam over het hoofd. Hij drijft op een meter langs. Dat was op het nippertje… 

Als we op een uurtje van de haven zijn, wek ik Leon en maken we ons klaar voor de invaart. Het is de tweede keer dat we deze oversteek hebben gemaakt en onze tweede aankomst in Santa Marta, maar het voelt wederom heel bijzonder. Een geheel nieuw continent ligt aan onze voeten om samen met de jongens te ontdekken. 

Moe maar voldaan leggen we de laatste paar mijl af naar Santa Marta
textbyfrieda Avatar

Over de auteur

Frieda Fennell is levensgenieter, zeiler en schrijver van het boek ‘Kapitein van mijn Geluk’. Ze koestert de droom om haar kinderen de vrijheid te laten ervaren in zijn meest pure vorm. Hun avonturen legt ze op schrift vast in dit blog. Met haar enthousiasme en passie hoopt ze anderen te inspireren om de wereld te verkennen en te genieten van elk moment.