De kids staan op de punt van het schip met hun camera’s in de hand. Ze schieten links en rechts plaatjes van vrachtschepen, werkschepen, de ‘hoge brug’ en uiteindelijk de pontjesbrug.
We hebben de marina verlaten en zijn op weg naar de ankerplek, het Spaanse Water, 5 mijl oftewel 9 km verderop. We liggen te wachten op een opening van de pontjesbrug van Willemstad, een heuse drijvende brug die open wordt gevaren door de pontwachter. Achter de pontjesbrug zie ik de golven met witte kopjes voorbij rollen. Het wordt de vuurdoop voor zowel ons als de kinderen.

Het kleine stukje dat we gaan varen is tegen wind en golven in. Dat betekent dat we hoog aan de wind gaan opkruisen. Voor de niet-zeilers: we gaan stampen en beuken. Niet de favoriete koers, maar wel een manier om het schip goed uit te proberen. En sowieso hebben we geen keuze als we naar het Spaanse Water willen. Rosan en Niels, twee Nederlandse twintigers op tussenpensioen, varen vandaag mee, zodat ik me op de kids kan richten.
Wat een gek idee dat we zo de volle zee op varen met een boot die we nog niet kennen. We weten wel waar de knoppen zitten en hoe de lijnen (touwen) lopen, maar of we alles juist geïnstalleerd hebben, weten we niet. Na twee jaar stilliggen op de kant, is het ook afwachten of er geen onverwachte gebreken naar boven komen. Bovendien is op deze boot alles veel groter dan we gewend zijn, zoals grotere zeilen waarop meer krachten komen te staan. Aan de andere kant is er veel elektrisch aangedreven aan boord. Dat maakt het makkelijker, als de electronica het niet laat afweten natuurlijk.

Ons doel vandaag is niet alleen de boot uittesten, maar vooral ook de kinderen op een goede manier door deze vuurdoop loodsen. En zo draaien we de Caribische Zee op. Le Tournesol begint te stampen op de golven. Bent en Bruis zitten in de kuip en zijn meteen onder de indruk. “Dit zijn hoge golven”, zegt Bruis. We rollen eerst een stukje grootzeil uit. Dat gaat in één keer goed. Dan zetten we de fok (het kleinste van de twee voorzeilen bij). Het zeil klappert als een malle en Bent zet grote ogen op. Hij dreigt een beetje in paniek te raken van de tumult om hem heen. “De fokkeschoot zit niet goed”, roept Rosan boven het lawaai uit. “Hij moet buitenlangs de verstaging.” Het is een van de dingen die we moesten uitproberen. Niels rolt het zeil in terwijl Leon de boot op de golven houdt. Dan stopt het geklapper. “Ik wil terug naar de haven”, jammert Bent. Terwijl het bloed door mijn aderen giert, want mama vindt het net zo spannend als de kids, stel ik Bent gerust. “Schatje, alles is onder controle. Ik snap dat het lawaai niet fijn is, maar we moeten dit even uitproberen. Alles gaat goed.”
Nadat de schoot buitenlangs is getrokken, zetten we de fok opnieuw. Eenmaal onder zeil, ligt de boot rustig in het water. We varen gecontroleerd over de golven. Bent en Bruis beginnen aan de beweging te wennen. Als we op een hoge golf klappen, slaat de schrik Bent nog een keer om het hart, maar dan geeft hij zich over. Hier heeft hij geen controle over. Ik snap hoe lastig dat voor hem is.
Het blijft een hobbelige koers waarbij de boot erg schuin in het water ligt, dan weer over bakboord, dan weer over stuurboord. Een andere test vandaag is of de jongens zeeziek worden. Bent is weleens een beetje ‘katterig’ geweest op het IJsselmeer met wat meer wind. Echt zeezeilen hebben we nooit met ze gedaan. Daarom heb ik vanochtend een half pilletje tegen wagen/zeeziekte in hun boterham verstopt.



Na een klein uur lijkt iedereen gewend. Leon staat achter het roer met een big smile. Het loopt gesmeerd, zie ik hem denken. Hij test de automatische piloot en ook die doorstaat de test. De jongens vragen of ze binnen filmpje mogen kijken. Ik twijfel, want binnen is de kans om zeeziek te worden groter. Maar we moeten het toch uitproberen, dus ik zeg toe. En zo heb ik de kans om zelf achter het roer te gaan staan. Wat voelt dit machtig!! De tranen springen in mijn ogen. Mijn lijf voelt zich meteen thuis bij het ritme van de zee.
Tweëenhalf uur later richten we de boeg op de ingang van het Spaanse Water. We made it! Negen jaar nadat we hier naar buiten voeren met Puff, gaan we op zoek naar een ankerplekkie waar we de komende weken zullen doorbrengen. Dat ankeren ging nog niet zo heel soepel. Bij de vierde poging, en nadat de elektrische ankerlier twee keer vastliep door mijn onkunde, lagen we
.
Al met al voelt het als een snelcursus vertrekken. We zijn nog wel een beetje roestig, en waren heel blij met de hulp van Rosan en Niels
. De eerste smeerolie is vandaag echter aangebracht en ik twijfel er niet aan dat we snel een geolied vertrekkersteam zullen zijn. De grootste overwinning is dat het goed is gegaan met de kids
. Doodmoe van de (in)spanning lagen we om 21 uur in ons bedje.
