“Ik weet nu dat er een engelbewaarder bestaat”, schalt het vanaf een botter door de havenmonding van Spakenburg. Een dame gekleed in roze ‘zingt’ iets té enthousiast door de microfoon. Een schare meiden in al even zuurstokroze shirts danst om haar heen in de kuip van de boot. De schipper achter het roer laat zich niet van de wijs brengen en houdt in als de botter voor hem moet uitwijken voor een motorbootje. Een optocht van botters vaart uit. De crews aan boord drinken alvast in, of drinken moed in. Hoe dan ook, het is één groot feest want vandaag staat de Blauwe Botterrace op het program.
Wij hebben met onze 28-voeter FLOW een plekje langs de kant weten te bemachtigen. De jongens zitten op het picknickkleed en aanschouwen het feestgedruis terwijl ze een hap nemen van hun tosti. In mijn ooghoek zie ik tussen de colonne botters een zeilboot naar buiten varen. Ik neem haar in mij op en mijn oog valt op de herkenbare ramen in het dek. “Meneer, is dat een Jeanneau Voyage 12.50?”, hoor ik mezelf roepen? “Ja inderdaad”, roept de schipper terug in het voorbij varen. “Waar vaart u heen”, is mijn reactie. “We staan op het punt om er een te kopen, we zouden graag je schip bekijken”, vervolg ik. Ik wind er geen doekjes om. “We gaan een stukkie varen en komen straks terug. We liggen op de kopse kant tussen de twee havenkommen, kom maar langs.”
Ik kan het niet geloven, hoe sterk is dit? Nog nooit heb ik ook maar van Jeanneau Voyage gehoord, laat staan dat ik er één gezien heb. Behalve dan die op de verkoopadvertentie. En dan vaart er hier een voorbij?!
Twee dagen eerder vond ik hem. De advertentie van de Jeanneau Voyage 12.50 die zomaar eens ons thuis zou kunnen gaan worden. De boot is in top shape, indrukwekkend gewoon. Maand na maand struinden we het afgelopen jaar het internet af op zoek naar die ene parel, maar geen enkele boot tikte alle boxes. Tot ik deze vond. En nu vaart er zo’n zelfde voorbij!
Een paar uur later sta ik in de kajuit. Ik word duizelig van de ruimte van dit schip; ik zie de kinderen knutselen in de rondzit, ‘de vloer is lava’ spelen (nog een hele opgave met zo’n oppervlakte) en zich terugtrekken in ieder een eigen hut voor een time-out. Ik zie ze slingeren in het want en van het zwemplateau de Caribische zee in springen. Sinds ik de advertentie twee dagen geleden vond, kan ik al niet meer helder denken. En nu voel ik de kriebels in mijn buik.
Maar geduld is een schone zaak. Nog 5 nachten slapen voordat we een videotour van de boot krijgen van de makelaar in Curaçao. Daar staat ze namelijk gestald. De Nederlandse verkoper zeilde haar solo naar Curaçao als afsluiting van een lang en avontuurlijk zeilleven. Zijn ziel en zaligheid zitten in Le Tournesol. Het zou een droom zijn om haar te kunnen bemachtigen.
Een week verder. Ik draai me om en kijk op de wekker: 5.17 uur. Wederom lig ik voor dag en dauw wakker. Gisteren kwam dat nog door de spanning nadat we ons bod op Le Tournesol hadden uitgebracht. We zouden financieel diep in de buidel moeten tasten. Vandaag lig ik wakker van teleurstelling. De buidel was niet diep genoeg. Het kon toch niet waar zijn? Toeval bestaat niet. We zagen toch niet zomaar die Jeanneau Voyage 12.50 voorbij varen in Spakenburg? Le Tournesol was destined to be ours. Althans, zo voelde dat voor mij. Maar ik had het mis.
Of toch niet? De verkoper had die nacht blijkbaar ook niet lekker geslapen nadat hij ons ‘fair offer’ had afgeslagen. Nog voor de koffietijd hing de makelaar aan de lijn. “De boot is van jullie!”
